Er wordt steeds meer ingezet op samenwerking in de wijk. Samen met het sociaal domein en het onderwijs – en vaak met de rest van het jeugddomein – werken we aan de pedagogische basis. Daar brengen we onze eigen expertise, kennis en ervaring in. Alleen samen creëer je wat die wijk, dat gezin en dat kind nodig hebben.
De erkenning voor preventief werken groeit. We weten inmiddels dat het niet effectief is om pas met 2,5 jaar in de voorschoolse educatie of op 4-jarige leeftijd in het onderwijs achterstanden te bestrijden. Alle koepels in het maatschappelijk middenveld beginnen dat in te zien.
Tegelijkertijd lopen we in de praktijk nog steeds aan tegen versnipperd beleid, gefragmenteerde financiering en strak afgebakende taken. Juist daarom begint de verandering in de praktijk, bij de professionals die iedere dag met de kinderen en gezinnen werken.
Vertrouwen
Het begint bij de professional die zijn of haar taken en verantwoordelijkheden kent en die samen met andere professionals oppakt. Zij zien de kinderen en de gezinnen, en kijken naar wat zijzelf nodig hebben om zich veilig te voelen en zich te ontwikkelen. Dat vraagt om vertrouwen en autonomie. Professionals moeten de ruimte krijgen om hun passie, vakkennis en betrokkenheid in te zetten voor die gezinnen. De kinderopvangprofessional mag zich daarin ook zelfverzekerder voelen. We hebben écht iets te brengen.
Dat vraagt ook iets van kinderopvangwerkgevers. Zij moeten het vakmanschap van hun professionals zien en erkennen, vertrouwen geven en ruimte bieden om te experimenteren. Zo kunnen professionals zich verder ontwikkelen. Dat hoeft niet in één keer perfect te gaan. Het is een proces om anders te werken en om te leren vertrouwen op de eigen expertise en die van collega’s.
Opvallend is dat professionals in de kinderopvang nog vaak individueel worden beoordeeld, bijvoorbeeld op pedagogische interactievaardigheden. Waarom kijken we niet vaker op teamniveau? Hoe functioneer je samen als team? Hoe vul je elkaar aan? In wijkteams is dat vanzelfsprekend: daar versterk je elkaar vanuit verschillende expertises en achtergronden. Die blik mogen we ook in de kinderopvang meer omarmen.
Gedeeld beleid
Maar hoe goed professionals en organisaties ook samenwerken, in de praktijk lopen we nog vaak tegen de grenzen van het systeem aan. De verschillende ministeries – SZW, OCW en VWS – kennen daarbij niet alleen een eigen systeem maar hebben ook ieder hun eigen agenda’s. Laten we zorgen voor een gezamenlijke werkagenda, zodat de koepels samen hun verantwoordelijkheid kunnen nemen.
De vraag naar intensieve samenwerking tussen kinderopvang en onderwijs groeit snel. Maar wat willen scholen daar precies in? Partou en DUO-Onderwijs deden samen landelijk onderzoek onder bijna 500 schoolbestuurders en schoolleiders. De resultaten laten zien hoe waardevol een proactieve, gelijkwaardige partner is.
Steeds meer scholen zoeken een kinderopvangpartner die verder gaat dan alleen opvang. Ook Flossie van den Huysen en Angelique Wezenberg, ikc-managers bij Partou, zien de vraag naar een intensieve samenwerking de afgelopen jaren flink toenemen. ‘We worden vanuit het hele land steeds vaker gevraagd om mee te doen aan aanbestedingen voor ikc-ontwikkeling’, vertelt Angelique. ‘Maar ook bestuurders, schoolleiders en gemeenten zoeken actief de samenwerking.’ De aantrekkingskracht van een ikc is goed te begrijpen. Wanneer opvang en onderwijs samen optrekken, ontstaat een omgeving waarin kinderen zich veilig voelen en zich optimaal kunnen ontwikkelen.
‘De doorlopende lijn in pedagogiek en begeleiding zorgt voor continuïteit en meer kansengelijkheid. Ouders ervaren gemak doordat opvang en onderwijs op één plek zitten en vanuit dezelfde visie werken’, legt Angelique uit. ‘Voor kinderen betekent het vooral rust en herkenning. Zij bewegen zich dagelijks in een vertrouwde omgeving met bekende gezichten.’
Landelijk onderzoek
Hoewel er al veel bekend is over de voordelen van ikc’s, wilde Partou beter begrijpen wat scholen zelf belangrijk vinden in de samenwerking met de kinderopvang. Welke kansen zien zij? Waar lopen ze tegenaan? En hoe willen ze samenwerken?
Flossie: ‘Om dat goed in beeld te krijgen, zochten we de samenwerking met DUO-Onderwijs. Zij hebben veel expertise op het gebied van opvang en onderwijs, een uitgebreid netwerk en ze beschikken over de juiste panels en een onderwijsdatabase om dit soort onderzoeken te doen. Precies wat we nodig hadden voor een landelijk onderzoek.’ De onderzoeksopzet werd samen ontwikkeld. Er kwamen twee monitoren, één voor schoolbestuurders en één voor schoolleiders. Met dezelfde thema’s, maar verschillende vragen. ‘We wilden meteen zien of perspectieven uiteenlopen’, legt Angelique uit. In het voorjaar van 2025 werd het onderzoek uitgezet. Bijna vijfhonderd respondenten uit het hele land deden mee, wat een representatief beeld opleverde.
‘Gewoon doen wat logisch is’ en richtlijnen van de wereldwijde Association Montessori Internationale (AMI). Twee rode draden in het levenswerk van Tessa Wessels, medeoprichter en directeur van de tweetalige Montessorischool Casa in Pijnacker. Rode draden die garant staan voor constante vernieuwing en de nodige uitdagingen.
Tessa Wessels is geboren in Zuid-Afrika. Daar rondde ze haar studie tot leerkracht af en in Amerika deed ze daarna de AMI Montessoriopleiding. ‘Vervolgens ben ik naar Nederland gegaan. Dat was nogal een overgang qua werk, ondanks dat ik direct weer aan de slag ging in het Montessorionderwijs. In Amerika bieden we kinderen een leef- en leeromgeving, hier draait het meer om onderwijsopbrengsten.’
Nieuwe opzet
Vanuit haar Amerikaanse ervaring met lesgeven aan kinderen vanaf 3 jaar start ze in 1999 hier een peutergroep bij een Montessorischool. ‘Volgens de Nederlandse regels is die voor kinderen van 2 tot 4 jaar en is onderwijs bedoeld voor kinderen vanaf 4 jaar. Maar Maria Montessori stelt dat driejarigen zich intensief op hun omgeving beginnen te richten en zo de wereld en de mensen om hen heen ontdekken. Die behoefte moet je ondersteunen.’ ‘Onze peutergroep is voor één- tot driejarigen en in onze onderbouw zitten kinderen van 3 tot 6 jaar. Als kinderen van verschillende leeftijden bij elkaar zijn, ontwikkelen de jongsten hun vaardigheden sneller en verloopt hun zoektocht naar zelfstandigheid en zelfredzaamheid beter.’
‘Gelukkig kende onze gemeente een vve-project. We hebben voor onze driejarigen een afzonderlijke groep ingericht met eigen vierkante meters en eigen begeleiders, maar zonder muren naar de ruimten van de vier- en vijfjarigen. Dat is mijn eerste gewonnen uitdaging.’ Er volgen er meer. ‘Sinds schooljaar 2011/2012 werken we volgens een volledig geïntegreerd model waarin opvang en onderwijs samensmelten tot een doorlopende leeromgeving. Kinderen kunnen zich in hun eigen tempo en op basis van hun interesses ontwikkelen.
Daarbij lopen we tegen muren aan die voortkomen uit de twee stelsels van opvang en onderwijs, met hun eigen regels, cao’s, inspecties en geldstromen.’ ‘Daarom bestaat Casa uit twee stichtingen, Casa School en Casa Opvang, met ieder hun eigen financiën zoals de wetgever dat van ons verlangt. Voor de kinderen, hun ouders en onze professionals zijn we één organisatie met een gezamenlijke missie, visie en ambitie.