In deze editie:
4 Samen praten over inclusie
8 Onderzoek inclusieve kindcentra
12 De Familieschool
16 Verslag Instondo-congres
18 Partou-onderzoek
22 Mijmering Inclusie
26 De organisatorische kant van inclusie
30 Huisvesting: eerst visie, dan het geld
34 Ontwikkelteam Goede Start
36 Genderbewustzijn
38 Kennis borgen
Steeds meer scholen en kinderopvangorganisaties zoeken naar manieren om onderwijs, opvang, zorg en welzijn beter met elkaar te verbinden. Door te bouwen aan een sluitend ondersteuningsnetwerk voor het kind kan een inclusieve leer- en leefomgeving ontstaan. Dit is waar de Familieschool voor staat.
In de kinderopvang en op scholen ontmoeten professionals dagelijks kinderen met uiteenlopende achtergronden, talenten en ondersteuningsbehoeften. Terwijl sommige kinderen opgroeien in een stabiele omgeving met een groot sociaal netwerk, krijgen anderen al vroeg te maken met armoede, taalbarrières, stress of complexe zorgvragen. Die verschillen hebben invloed op de kansen die kinderen krijgen om zich te ontwikkelen.
Om kansen voor kinderen te verbeteren is er de Familieschool. Het schoolbestuur ASKO in Amsterdam telt negen Familiescholen verspreid over de stad. Daar wordt dagelijks gebouwd aan een sterke gemeenschap rondom kinderen en gezinnen, met als doel kansengelijkheid vergroten en inclusie in de praktijk vorm te geven.
De Familieschool is geen nieuw onderwijsconcept, maar een concrete visie waarin de school het verbindende hart vormt van de wijk. Inmiddels werken tientallen scholen in verschillende regio’s aan de ontwikkeling van een Familieschool die aansluit bij de lokale context, variërend van een eerste verkenning tot volledige implementatie. Bestuurder Willem Kuijpers van ASKO Scholen: ‘We hebben samen een maatschappelijke opgave voor onderwijssucces. Met de Familieschool bieden we leerlingen met elke achtergrond en thuissituatie de beste kansen om een maximaal schoolresultaat te behalen.’
Meer dan een school
Een Familieschool is meer dan een plek waar kinderen onderwijs krijgen. Niet alleen het leren staat centraal, ook de omgeving waarin een kind opgroeit. Hoe gaat het thuis? Welke kansen biedt de wijk? Welke ondersteuning heeft een gezin nodig om een kind optimaal tot ontwikkeling te laten komen? Een Familieschool is zo een pedagogische gemeenschap, waarin onderwijs, kinderopvang, ouders en maatschappelijke partners samenwerken aan de ontwikkeling van kinderen.
Daarmee sluit de Familieschool aan bij de ontwikkeling van integrale kindcentra (ikc’s). Hierin worden schotten tussen onderwijs en opvang doorbroken om tot één geïntegreerde pedagogische omgeving te komen. De Familieschool bouwt daarop voort door ook welzijn, zorg en de leefomgeving van gezinnen hier nadrukkelijk onderdeel van te maken.
Wat vraagt inclusie van gebouwen, inrichting, samenwerking en bedrijfsvoering? Dat is een vraag die we graag wilden verkennen. Daarom spreken we met KluppluZ, een organisatie op het grensvlak van kinderopvang, onderwijs en jeugdhulp.
KluppluZ ondersteunt kinderen die in ontwikkeling, gedrag of prikkelverwerking meer nodig hebben dan in een reguliere opvangomgeving vanzelfsprekend beschikbaar is. De ervaringen van KluppluZ laten zien dat inclusieve kinderopvang niet alleen een pedagogische opgave is, maar ook vraagt om passende huisvesting, goede samenwerking en een financieel haalbare organisatie. Inclusie vraagt dus meer dan goede bedoelingen.
De meeste kinderopvangorganisaties willen dat meer kinderen kunnen meedoen in een reguliere opvangomgeving. In de praktijk roept dat al snel vragen op die verder gaan dan begeleiding alleen. Welke ruimtes zijn nodig? Hoe creëer je rust
én uitdaging? En hoe organiseer je samenwerking met ouders, onderwijs, zorgpartners en gemeenten?
Kijken wat wél kan
Bij KluppluZ begint ondersteuning vrijwel altijd met de vraag of een kind in een reguliere opvangomgeving kan blijven, als de juiste expertise en begeleiding beschikbaar zijn. De organisatie verwijst niet direct door naar een gespecialiseerde voorziening, maar onderzoekt eerst wat mogelijk is binnen de bestaande opvang. Daarbij werkt KluppluZ samen met ouders, pedagogisch professionals, scholen, gemeenten en zorgpartners. Volgens directeur Saskia van Rheenen ligt daarin de kern van inclusieve opvang: ‘Je verwijst niet meteen door, maar kijkt eerst wat een kind nodig heeft en naar wat wél in een reguliere opvangomgeving mogelijk is.’
Deze benadering vraagt iets van professionals, maar ook van de fysieke omgeving waarin kinderen worden opgevangen. Want als kinderen meer ondersteuning nodig hebben, wordt het gebouw onderdeel van de oplossing. Maar wat betekent inclusie voor het gebouw? In de praktijk blijkt dat inclusieve kinderopvang zelden vraagt om één grote ingreep. Veel vaker gaat het om slimme ontwerpkeuzes en een bewuste inrichting.
Soms zit de opbrengst van een onderzoek ook in nieuwe vragen die worden opgeroepen. Zouden we ouders niet serieuzer moeten nemen vanuit hun rijke ervaring als opvoeders? Ouders een grotere rol geven dan alleen adviesrecht over het pedagogisch beleid en de uurprijs? Het onderzoek ‘Samenwerken in leren & opvoeden’ zet aan tot denken en actie.
De presentatie op de UvA van het onderzoek van een internationaal consortium van hogescholen en universiteiten toont mooie resultaten. Niet alleen neemt de kwaliteit toe als verschillende werkvelden meer geintegreerd samenwerken rond het jonge kind, maar ook blijkt de betrokkenheid van ouders toe te nemen. Ouders vinden zelfs dat ze beter worden in hun ouderschap en opvoederschap.
Met Jerôme van Dongen, lector interprofessionele samenwerking in de wijk, Gjalt Jellesma en Wim Goossens ontstaat tijdens de presentatie een gesprek dat nog steeds voortduurt. Wim Goossens is zowel ervaringsdeskundig, professioneel deskundig als docent op Hogeschool Zuyd. We bespreken met elkaar over wat ouderbetrokkenheid eigenlijk is. Als wij die pedagogische basis willen zijn – samen met onderwijs – hoe verhouden we ons tot ouders die uiteenlopende achtergronden hebben?
Finland
Ouders met kinderen in verschillende leeftijden maken daarnaast deel uit van verschillende contexten. Hoe verbinden wij ons met hen als wij niet weten hoe zij denken over opvoeding en hoe ze betrokken willen worden?
Ik merk dat ouderbetrokkenheid nu als een soort noodzakelijkheid gezien wordt. Ook binnen het onderwijs zie ik dat terug. Wim Goossens noemt een interessant onderzoek uit Finland.
Daar zijn family centers, waar zorg, opvoedingsondersteuning, kinderopvang, onderwijs en maatschappelijk werk samenwerken met ouders en daarbij onderlinge ouderlijke ondersteuning stimuleren. Het is in Finland onderdeel van de publieke voorziening.
In Nederland vliegen we alles apart aan, vanuit onze eigen organisaties. Als we nu eens de rol van ouders vergroten en deze rol integraal benaderen vanuit samenwerking? Dat sluit ook goed aan bij de ontwikkeling van integrale kindcentra.
Goossens heeft dit jaar een publicatie uitgebracht waarin hij pleit voor oudergerichtheid, het gebruikmaken van ervaringsdeskundigheid en het delen van ervaringen. Volgens hem beschikken ouders over ervaringsdeskundigheid die gelijkwaardig is aan professionele kennis van hulpverleners en pedagogen.
Daarom zouden professionals niet alleen naar het kind moeten kijken, maar ook naar ervaringen, identiteit en behoeften van ouders. Hij maakt daarbij een belangrijk onderscheid tussen ouderschap (de existentiële, levenslange relatie tussen ouder en kind) en opvoederschap (het begeleiden van de ontwikkeling van het kind).
Dit heeft mij opnieuw aan het denken gezet. In de professionele praktijk richten we ons vooral op opvoederschap, terwijl ouders juist meer erkenning zoeken voor hun ouderschap. Net als Goossens zou ik de ervaringsdeskundigheid en de gedeelde ervaringen van ouders meer willen benutten. Je zou interprofessionele samenwerking meer kunnen organiseren rondom gezinnen in plaats van rond het individuele kind.
Ik zie Goossens’ publicaties als een goede theoretische basis voor een verkenning naar ouderbetrokkenheid. Ze vullen het meer empirische onderzoek van bijvoorbeeld Ruben Fukkink (UvA) aan. Waar Fukkink onderzoekt wat samenwerking oplevert, beschrijft Goossens vooral hoe professionals zich tot ouders kunnen verhouden.
De kopgroep neemt de lezers mee in een gesprek tussen Mats en zijn ouders. Zomaar een gesprek aan de eettafel. Wat voor ons volwassenen bijzonder lijkt, is voor Mats de normaalste zaak van de wereld. Duh!
Verhalen als die van Mats laten zien hoe kinderen hun wereld ervaren: niet in onderwijs, kinderopvang, sport of welzijn, maar als één dag waarin alles met elkaar verbonden is. Misschien is dat wel het beste argument om de schotten tussen sectoren te laten verdwijnen.
Aan tafel!
‘Hoe was je dag?’ vraagt papa.
‘Gewoon goed’, zegt Mats tussen twee happen pasta door.
‘Gewoon?’ lacht mama. ‘Je was vandaag op school, op de bso en bij voetbal. Daar heb je vast iets meegemaakt.’
Mats kijkt op. ‘Dat zeggen jullie altijd.
Alsof dat verschillende dingen zijn.’
‘Zijn die dat niet dan?’ vraagt papa.
‘Nee joh’, zegt Mats. ‘Vanmorgen hielp meester Sam me met rekenen.
Vanmiddag maakte ik met Fatima een K’nex-baan en daarna voetbalde ik met Jamal.’
Hij denkt even na. ‘Eigenlijk is dat toch allemaal hetzelfde. Gewoon mijn dag. De hele dag kom ik overal bekenden tegen, leer ik van alles en doe ik leuke dingen.’
Papa en mama kijken elkaar even aan.
Mats neemt nog een hap pasta.
‘En nu iets belangrijks’, zegt hij. ‘Mogen we vanavond voetbal kijken?’
Natuurlijk verlopen gesprekken aan de keukentafel niet precies zo. Maar stel je voor dat dit voor ieder kind de werkelijkheid is. Eén brede ontwikkelomgeving waarin onderwijs, kinderopvang, sport, cultuur, welzijn, zorg en de wijk vanzelfsprekend met elkaar verbonden zijn.
Waar kinderen gedurende de hele dag leren, spelen, bewegen en ontdekken, zonder dat zij merken bij welke organisatie iemand hoort.
Voor volwassenen zijn dit verschillende systemen. Voor Mats is het gewoon zijn dag. Juist daarin zit de spiegel die Mats ons voorhoudt. Als we de ontwikkeling van kinderen echt centraal zetten, organiseren we de dag van Mats niet vanuit organisaties of sectoren, maar rondom het kind. Dat is de essentie van ‘it takes a village to raise a child’.