Sozio 1 2026

Sozio 1 2026

Kennis die werkt!

2026

Omschrijving

  • Hoop helpt
  • Kennisfetisjisme
  • Welke kennis telt, en wie bepaalt dat?
  • Waar kennis elkaar ontmoet
  • Woorden die werken
  • Wie begrijpt wie nu niet?
  • Van inzicht naar impact
  • Impactonderzoek
  • Over het benoemen en realiseren van impact in het sociaal werk
  • Wanneer evalueren leren wordt.
  • Van pilot naar praktijk:
  • Het ValleiLab als infrastructuur
  • Kennis over innovaties
  • Leren als hefboom voor transitie:
  • ‘Een potpourri van mensen 
  • De jeugdzorg transformeert niet met meer kennis alleen 
  • Leren van ervaringen van gezinnen
  • Stress-sensitieve hulp
  • Je ziet het pas als je het doorhebt. 
  • Onderzoek naar seksueel siblingmisbruik:
  • Van binnen naar buiten:
  • De bescherming van kinderen begint in de opleidingen
  • Van Spel naar Skills:
  • Zo draagt beroepsregistratie bij aan de kwaliteit van sociaal werkers
  • Kennis die werkt
  • Polarisatie navigeren
  • Van denken naar doen
  • Het gebruik van straatcultuur als ervaringsdeskundigheid
De bescherming van kinderen begint in de opleidingen

De bescherming van kinderen begint in de opleidingen

Twintig jaar na Savannah is het een ongemakkelijke waarheid: in Nederland leiden we nog steeds sociaal werkers, pedagogen, psychologen en jeugdprofessionals op zonder dat ze structureel leren hoe ze onveiligheid in gezinnen tijdig kunnen herkennen en duiden. Terwijl dat juist de kern van hun werk is.

In al die jaren zijn er talloze programma’s en hervormingen geweest; Veiligheid Voorop, Geweld hoort nergens thuis, het huidige Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming. Er zijn taskforces ingesteld, wetten aangepast, organisaties heringericht. Maar telkens wanneer een nieuw incident in het nieuws komt –soms met fatale afloop voor een kind, terwijl het gezin al bekend was bij hulpinstanties – blijken de oorzaken pijnlijk bekend: gemiste signalen, onduidelijke regie en trage samenwerking. Iedere keer weer opnieuw. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd waarschuwde in 2024 dat gezinnen nog altijd te lang onveilig blijven (Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, 2024). Niet zelden komt dit doordat de eerste beoordeling van de veiligheid te laat of te oppervlakkig gebeurt. Een belangrijk deel van dat probleem begint bij iets wat zelden benoemd wordt: het gebrek aan structurele scholing over veiligheid in gezinnen in de opleidingen zelf.

Er bestaat in Nederland geen landelijke norm of verplicht curriculum voor hbo-opleidingen binnen het sociaal domein. Opleidingen als Social Work, Pedagogiek, Toegepaste Psychologie en Maatschappelijk Werk besteden wel aandacht aan veiligheid, maar de inhoud, omvang en diepgang daarvan verschillen sterk per hogeschool. Sommige studenten krijgen een volledige module over kindermishandeling,
terwijl anderen het moeten doen met slechts één college hierover. De landelijke opleidingsprofielen erkennen het belang van veiligheid, maar laten de invulling ervan geheel aan de hogescholen. Er is geen norm die aangeeft over welke kennis en vaardigheden een afgestudeerde professional minimaal moet beschikken op het gebied van (on)veiligheid, met als gevolg dat hulpverleners ongelijk voorbereid zijn op het signaleren en duiden van onveiligheid.

Meer info
3,90
De jeugdzorg transformeert niet met meer kennis alleen

De jeugdzorg transformeert niet met meer kennis alleen

Anders kijken naar leren in de jeugdzorg
Ineens was ‘Veendam’ buzzing bij iedereen die de transformatie van de jeugdzorg volgt. ‘Veendam gooide de marktwerking overboord in de jeugdhulp en zie, de wachtlijsten verdwenen’, kopte NRC. Het tv-programma EenVandaag volgde met: ‘Wachtlijsten verdwenen, kosten gedaald’. De reflex liet zich raden: wat kan de rest van Nederland hiervan leren? Maar die vraag verdient verdieping. Moeten we meer weten of leren om Veendam te kopiëren? Of moeten we leren begrijpen wat een transformatie werkelijk vraagt?
De Amerikaanse systeemdenker Nora Bateson waarschuwt in dit soort vraagstukken voor te snelle conclusies en evaluaties. In complexe veranderprocessen werkt kennis niet wanneer we haar losknippen van context en relaties. Zoals zij het verwoordt: ’If we interrupt a song every few seconds to analyze it, we kill the music’ (Bateson, 2016).
Die waarschuwing is om te beginnen richtinggevend voor hoe we naar leren en veranderen in de jeugdzorg kunnen kijken. In succesvolle transities werken verschillende kennisbronnen op elkaar in, niet los van hun omgeving maar juist geworteld in de context waarin zij betekenis krijgen.


Honger naar voorbeelden
Wachttijden in de jeugdzorg, de afbouw van de gesloten jeugdhulp en het verhoogde risico op dakloosheid voor jongeren die 18 jaar worden in residentiële zorg: bepaalde zaken binnen de jeugdzorg moeten anders. Fundamenteel anders. De refl ex op ‘anders’ is vaak: laat me zien hoe het wel moet. We zoeken naar kennis, good practices, geslaagde pilots en succesverhalen. Naar personen, organisaties en rapporten die het wéten. De potten met goud achter de regenboog.
En was Veendam dan eindelijk die pot met goud? Spoiler alert: de gemeente Veendam slaagde erin zowel de kwaliteit van de jeugdhulp te verhogen als de kosten te reduceren. Maar het duurde vijftien jaar voordat het fundament daarvoor stevig genoeg was. Vijftien jaar overleggen, zoeken, smeden en creëren. Wat in de media rondging als het ei van Columbus, was het resultaat van jarenlang bevragen, oefenen en opnieuw proberen om verbindingen te structureren. Van veel geïncasseerde mislukkingen. Van het nemen van reële tijd.

Meer info
3,90
Onderzoek naar seksueel siblingmisbruik

Onderzoek naar seksueel siblingmisbruik

Gedeelde betrokkenheid bij gezinnen die op zoek zijn naar herstel na siblingmisbruik vormt de basis voor een langdurige samenwerking in onderzoek. Andere lessons learned zijn: handelen vanuit een gedeeld werkprincipe, erkenning van elkaars expertise, samen dingen doen, tussentijdse producten voor de praktijk en een nieuwsgierige geest om te leren.

Onderzoek naar werkwijze van CLAS
In het begin van de jaren 2010 ontstond er bij de Rading Jeugd- en Opvoedhulp behoefte om de eigen behandelwerkwijze na seksueel misbruik te spiegelen aan recente inzichten over traumabehandeling. Die behoefte vanuit de praktijk vormde het vertrekpunt voor een samenwerking in onderzoek tussen het lectoraat Duurzame zorg van de Christelijke Hogeschool Ede (CHE) en de Rading. De Rading biedt specialistische jeugdhulp aan kinderen en gezinnen in Midden-Nederland, waaronder gezins- en traumabehandeling na seksueel misbruik. In het werkveld is deze therapie bekend onder de naam ‘CLAS’ (Contextuele Leergroepen voor Alle betrokkenen bij Seksueel Misbruik). Deze methode is ontwikkeld in 1995 vanuit het contextuele gedachtegoed van de Hongaars-Amerikaanse psychiater Ivan Boszormenyi-Nagy. De contextuele therapie is een vorm van gezinstherapie die onderliggende, veelal onbewuste motieven binnen gezinsrelaties onderzoekt.
Seksueel misbruik wordt binnen de contextuele therapie gezien als een ernstige beschadiging van onderling vertrouwen; tegelijkertijd vormt het menselijk verlangen elkaar wederzijds recht te doen in gezinsrelaties het belangrijkste aanknopingspunt voor herstel (Boszormenyi- Nagy & Krasner, 1986; Simons et al., 2024).
Het lectoraatsonderzoek maakte duidelijk dat bij behandeling, na seksueel misbruik in een gezin, aandacht moet zijn voor zowel het hele gezin als voor de individuele kinderen. Dit werd beschreven in een publicatie voor Kind & Adolescent (Simons & Verduijn, 2017). De Rading gebruikte de onderzoeksresultaten om de eigen werkwijze verder te innoveren door het implementeren van kinddiagnostiek. Het viel de onderzoekers van de CHE op dat de Rading ook gezinnen behandelt na misbruik in de broer-zusrelatie, waar een andere dynamiek speelt dan bij misbruik door een volwassene.
Een eerste verkenning wees uit dat er geen Nederlandstalige informatie bestond over broer-zusmisbruik (hierna: siblingmisbruik). Ook internationaal wetenschappelijk onderzoek naar siblingmisbruik en behandeling bleek zeer beperkt. Deze constatering vormde het startpunt voor een vervolgonderzoek naar siblingmisbruik, en een vervolg in de samenwerking tussen de Rading en een van de onderzoekers. Het onderzoek richt zich op de ervaringen van therapeuten, een gezin, ouders en jongeren die een behandeling hebben gekregen. Daarnaast wordt onderzocht wat, vanuit meerjarige dossierstudie, risicofactoren voor siblingmisbruik zijn.

Meer info
3,90
Stress-sensitieve hulp voor alleenstaande moeders

Stress-sensitieve hulp voor alleenstaande moeders

Zij krijgen niet altijd een luisterend oor of begrip en worden bovendien vaak geconfronteerd met hardnekkige stigma’s en vooroordelen. Volgens Lee (2023), directeur van Single SuperMom, worden deze vrouwen vaak weggezet als profiteurs of instabiele werknemers. Meulenbelt (2020) schrijft ook over het feit dat men vindt dat alleenstaande moeders leven op de zak van ’hardwerkende belastingbetalers’ en dat ze ’dankbaar moeten zijn als ze bijstand krijgen’. Zulke harde woorden doen deze vrouwen onrecht. Voor een aantal vrouwen geldt dat hun leven anders verloopt dan gepland. In plaats van kritiek is er behoefte aan oprechte steun en opbouwende begeleiding. Tegelijkertijd groeit in de media ook de aandacht voor de veerkracht van deze moeders. Zo lezen we op de website Nu.nl een artikel van Vermeeren (2025) waarin beleidsmedewerker Bram Hodes van Stichting Single SuperMom alleenstaande moeders ’de actiefste mensen’ noemt die hij kent.
Nu deze groep groeit en met hardnekkige problemen kampt, is meer maatschappelijke aandacht nodig om hun perspectief te verbeteren. Bovendien houdt hulp aan moeders indirect ook in dat hun kinderen worden ondersteund. Dit biedt deze kinderen een stabieler fundament en vergroot de kans op volwaardige maatschappelijke participatie op latere leeftijd.

Meer info
3,90