Verhalen zijn onlosmakelijk verbonden met ons bestaan. Helemaal als het gaat om levensverhalen waarin gebeurtenissen uit het eigen leven persoonlijke betekenis krijgen. In dit artikel leg ik uit waarom en op welke wijze een narratieve, levensverhalende benadering van betekenis kan zijn voor professionals die met risicojongeren werken vanuit een strafrechtelijke of (forensische) hulpverleningscontext. Wat brengt het professionals die met risicojongeren in contact staan? En – niet onbelangrijk – hoe kun je een levensverhaal in de praktijk eigenlijk ter tafel laten komen?
Jeugdigen met ODD/CD vormen een heterogene groep. Om meer grip te krijgen op deze heterogeniteit zijn de afgelopen jaren verschillende subtyperingen ontwikkeld. De laatste jaren wordt met name onderscheid gemaakt op basis van de aan- of afwezigheid van kille-emotieloze trekken. Dit artikel laat zien dat beperkingen in het empathisch functioneren geen goede indicatie zijn om jeugdigen met ODD/CD en kille-emotieloze trekken te onderscheiden van jeugdigen met ODD/CD zonder kille-emotieloze trekken. Bovendien is het diagnostisch materiaal momenteel ontoereikend en doet het geen recht aan de jeugdigen en hun gezin. Een individueel afgestemde benadering is noodzakelijk.
Wereldwijd zitten meer dan 10 miljoen mensen in de gevangenis en ervaren steeds meer kinderen opsluiting van een ouder tijdens hun jeugd. Opsluiting is zeer schadelijk voor de betrokkenheid van vaders bij het gezin en voor de kinderen zelf. Dit artikel beschrijft de huidige knelpunten in verschillende fasen van de strafrechtsketen en de mogelijkheid op gezinsgerichter te werken.
‘Kinderen met slaapproblemen belanden snel in een vicieuze cirkel’, zegt somnoloog Daniëlle Hendriks. ‘Ze zijn bang dat ze de volgende dag onvoldoende uitgerust zijn en kunnen door het gepieker hierover niet meer slapen.’ Goedbedoelde hulp van ouders kan averechts uitpakken.
Ongeveer een kwart van de kinderen en adolescenten in Nederland ervaart slaapproblemen. Aangezien slaapproblemen vaak samengaan met andere psychische problematiek, is het belangrijk om voldoende kennis te hebben over slaapproblemen en in een intake of ontwikkelingsanamnese altijd te vragen naar slaap en slaapproblemen, ongeacht de aanmeldreden. Voor orthopedagogen is het van belang alert te zijn op signalen van slaapproblemen en slaapstoornissen. Daarbij moet wel rekening worden gehouden met individuele verschillen in slaap en de effecten van slaapproblemen. Dit artikel beschrijft kort wat slaap is, hoe vaak slaapproblemen bij kinderen en adolescenten voorkomen en enkele individuele verschillen in slaap. De orthopedagoog kan een belangrijke rol spelen in het signaleren en behandelen van slaapproblemen door voorlichting en slaaphygiëneadviezen te geven.
Sinds de transitie van de jeugdhulp zijn in de meeste gemeenten lokale wijkteams actief. Deze teams bestaan uit professionals met diverse expertise, die aan de hand van de transformatiedoelen uit de Jeugdwet op lokaal niveau gezinnen ondersteunen. Om tot duurzame verbetering van de jeugdhulp te komen, is de visie van ouders op de transformatiedoelen essentieel. Het perspectief van ouders is een belangrijke indicator van de kwaliteit van hulp. Hun perspectief verschilt vaak van het perspectief van professionals en beleidsmakers. In dit artikel wordt de visie van ouders op de transformatie beschreven. Ouders vinden thema’s als eigen regie, eigen kracht, een gezinsgerichte aanpak, het betrekken van het sociaal netwerk, integraal werken en tijdig passende hulp belangrijk. De resultaten kunnen dienen als input voor hulpverleners en beleidsmakers om de hulpverlening nog verder te verbeteren en van de transformatie een succes te maken.
Epidemiologisch onderzoek laat zien dat adolescenten met antisociaal gedrag onderscheiden kunnen worden in twee groepen: een groep waarbij het antisociale gedrag zich beperkt tot de adolescentie en een groep waarbij dit gedrag zich al vanaf de kindertijd voordoet. Van de laatste groep wordt verondersteld dat de gedragsproblemen veel hardnekkiger zijn en dat deze jongeren niet of nauwelijks reageren op behandeling. Deze veronderstelling is slechts ten dele waar, blijkt uit promotieonderzoek onder klinisch opgenomen jongeren met zowel psychische problemen als gedragsproblemen. Jongeren bij wie gedragsproblemen vroeg begonnen, lopen een veel groter risico op drop-out. Maar, als ze in behandeling blijven, zijn hun behandelresultaten even goed als bij de groep waarbij het antisociale gedrag tijdens de adolescentie begon. Ook cannabisgebruik voorafgaand aan de behandeling bleek een voorspeller voor drop-out. Maatregelen om drop-out te voorkomen zijn belangrijk omdat follow-uponderzoek na anderhalf jaar liet zien dat jongeren die de behandeling niet afmaakten veel slechter functioneerden.