Een onderzoek naar de inzet van een app tijdens de transitie 18-/18+ De transitie naar volwassenheid is voor jongeren veelal een bijzondere, en soms ook belastende periode. Voor jongeren in een jeugdinstelling is deze periode extra belastend. Door de ‘harde knip’ bij 18 jaar verlaten de meeste jongeren de jeugdhulp op deze leeftijd en maken eerder dan leeftijdgenoten stappen naar zelfstandigheid, veelal met een beperkt steunend netwerk. Het project Over de Drempel onderzocht de factoren die voor jongeren een rol spelen tijdens deze transitie vanuit de jeugdhulp, en bekeek in hoeverre een mobiele applicatie (app) hun in deze periode ondersteuning kon bieden. Uit de resultaten van het onderzoek, waarin een kleinere groep jongeren tijdens en nu hun transitie gevolgd werd, blijkt dat een app ondersteunend kán zijn tijdens de transitie, maar dan náást het contact met de oud-mentor en/of de vervolghulpverlening, en niet in plaats daarvan. Het onderzoek levert ook relevante nevenbevindingen op over de inzet van technologie in de hulpverleningspraktijk.
Meer luisteren naar kinderen en leerkrachten De overgang van de basisschool naar het voortgezet onderwijs verloopt, ondanks de inspanningen van de betrokken scholen, niet altijd soepel. In onderstaand promotieonderzoek is daarom onderzocht of kinderparticipatie en een betere samenwerking tussen leraren onderling dit proces kunnen verbeteren. Uit de resultaten blijkt dat de ondersteuning van leraren niet altijd overeenkomt met de behoefte van kinderen. De voorbereiding vanuit de basisschool sluit niet altijd aan bij de verwachtingen van de leraren in het voortgezet onderwijs. De kinderen zelf worden nauwelijks actief betrokken bij het transitieproces. Om een goede overstap te realiseren moeten de basisschool en de middelbare school meer samenwerken en voor een goede overdracht zorgen. Omdat kinderen de hoofdrolspelers zijn in het transitieproces kunnen zij vanuit hun verwachtingen en ervaringen een positieve bijdrage leveren aan een soepele overgang en daardoor een waardevolle bijdrage leveren aan het transitieproces. Bovendien heeft deze vorm van kinderparticipatie een positieve invloed op de ontwikkeling en het welzijn van kinderen.
Een ongezien, onbegrepen en ingrijpend probleem In elke definitie van huiselijk geweld en kindermishandeling is naast fysiek en seksueel geweld, ook emotionele en psychische mishandeling opgenomen. Deze vormen van mishandeling komen vaak voor en de gevolgen ervan zijn groot. Emotionele en psychische mishandeling krijgen in de praktijk echter nauwelijks de aandacht die nodig is. Het lijkt een institutionele blinde vlek: het is niet expliciet strafbaar en specifieke preventie en zorg ontbreekt. In dit opinieartikel doen we een aantal aanbevelingen om de zorg rondom emotionele en psychische mishandeling te verbeteren. Daarbij hebben we in het bijzonder aandacht voor vechtscheidingen.
de uitvoering kan beter
Samen beslissen over het behandeltraject kan tot betere resultaten leiden, blijkt onder meer uit onderzoek van Margot Metz, senior-onderzoeker en verpleegkundige bij GGz Breburg en verbonden aan Tranzo, de academische werkplaats voor zorg en welzijn van Tilburg University. Maar hoe kom je met de cliënt op één lijn?
Een verkennend onderzoek naar de onderbouwing en effectiviteit van beslisinstrumenten voor professionals die samenwerken met gezinnen Hoewel bekend is dat gezamenlijke besluitvorming van jeugdzorgprofessionals met gezinnen bijdraagt aan betere hulp en ondersteuning gebeurt dit nog te weinig in de praktijk. Om gezamenlijke besluitvorming te ondersteunen zijn beslisinstrumenten beschikbaar. De meeste beslisinstrumenten zijn echter nog niet geëvalueerd. Dit artikel brengt in kaart wat er bekend is over beslisinstrumenten voor professionals die samen met gezinnen werken.
De rol van executief functioneren Signalen uit de praktijk wijzen erop dat kinderen met een TOS (taalontwikkelingsstoornis) regelmatig zindelijkheidsproblemen ervaren. Zowel TOS als zindelijkheidsproblemen kunnen voor kind en ouders problematisch zijn, met een lagere kwaliteit van leven en opvoedstress als gevolg. Bovendien kan zindelijkheidsproblematiek negatieve consequenties hebben voor het sociaal functioneren bij deze toch al kwetsbare groep. Er is echter weinig wetenschappelijk onderzoek naar zindelijkheidsproblematiek bij kinderen met een TOS. Uit ons onderzoek blijkt dat kinderen met een TOS inderdaad meer zindelijkheidsproblemen ervaren en pas op latere leeftijd dag- en nachtzindelijkheid bereiken. Dit verschil hangt samen met een verminderde ontwikkeling van de executieve functies van kinderen met een TOS. Met name verminderde inhibitie en werkgeheugen lijken een rol te spelen in de zindelijkheid. Een combinatie van zindelijkheidstraining in executieve functies (EF) zou passend kunnen zijn bij kinderen met een TOS.