Een hulpmiddel bij handelingsgerichte diagnostiek In mijn werk als leerlingbegeleider gebruik ik al enige jaren de dynamische profielpiramide als hulpmiddel. De piramide is een bestaand denkmodel, dat ik met een aantal collega’s ben gaan gebruiken vanuit de behoefte aan overzicht en samenhang. Meer specifiek deden we dat vanuit de behoefte aan meer grip op de verklarende én beïnvloedende factoren die van belang zijn binnen de handelingsgerichte diagnostiek (HGD) in het onderwijs. Het doel was om de juiste prioritering in advisering aan te kunnen brengen en effectiever te kunnen zijn. Ten grondslag hieraan ligt de gedachte dat als we oplossingen zoeken, we naar het hele lerende kind moeten kijken binnen het gezins- en schoolsysteem, in iedere fase van het onderzoeksproces.
Effecten van les ‘Positieve Psychologie Interventie en Abstinentie’ Positieve psychologie-interventies hebben als doel om mensen gelukkiger te maken. Van een aantal positieve psychologie-interventies werd de effectiviteit al meermaals aangetoond, ook bij jongeren. Dankzij deze interventies blijken jongeren gelukkiger, beter gewapend tegen onvermijdelijke tegenslagen in het leven, vertonen ze meer veerkracht en lijken zo uiteindelijk minder snel te belanden in een spiraal van burn-out, depressie en in sommige gevallen zelfs zelfdoding. De vraag is of laagdrempelige, laag-intensieve interventies als enkelvoudige lessen ook kunnen bijdragen aan de veerkracht van jongvolwassenen. De huidige studie beschrijft de resultaten van een les van twee uur bij studenten. De les lijkt te resulteren in een verhoging van levenstevredenheid. Dit effect is misschien te verklaren door de specifieke inhoud ervan: in tegenstelling tot andere gelijkaardige lessen behandelt deze niet alleen interventies (dingen die je kunt doen) maar ook abstinenties (dingen die je kunt laten).
Biologische, cognitieve en sociale mechanismen Jongeren met ADHD vertonen veel risicogedrag, zoals middelenmisbruik, roekeloos gedrag in het verkeer, onveilige seks en crimineel gedrag. In promotieonderzoek is onderzocht waarom jongeren met ADHD meer risicogedrag vertonen dan hun leeftijdgenoten zonder ADHD. Jongeren met ADHD bleken gevoelig voor de invloed van leeftijdgenoten, in dezelfde mate als leeftijdgenoten zonder ADHD. Verder bleek dat hoe meer ADHD-symptomen jongeren hadden, hoe minder hun ouders op de hoogte waren van hun leven; en hoe minder de ouders op de hoogte waren, hoe meer risicogedrag de jongeren vertoonden. Ten slotte gebruikten jongeren met ADHD minder complexe strategieën bij het nemen van beslissingen. We bespreken de implicaties van deze resultaten voor begeleiding en behandeling.
Een levensfase vol uitdagingen In 2017 was er in Nederland een piek met 81 suïcides onder adolescenten tot 20 jaar. Om meer inzicht te verkrijgen in risicofactoren en om suïcidaliteit in de toekomst terug te dringen is onderzoek gedaan onder nabestaanden. In de adolescentie waren traumatische ervaringen zoals (cyber)pesten en gespannen thuissituaties van invloed op suïcidaal gedrag, maar ook drugsgebruik en sociale media. De meeste adolescenten waren in zorg op moment van overlijden, hadden meerdere diagnosen en hadden moeite om passende zorg te vinden. Drie subgroepen werden zichtbaar: 1) meisjes gekenmerkt door perfectionisme die psychopathologie ontwikkelden en uitvielen op school door klinische opnames; (2) jongens met een ontwikkelingsstoornis zoals autisme die werden overgeplaatst naar het speciaal onderwijs en zich afgewezen voelden; 3) adolescenten zonder duidelijke signalen die nooit hulp hadden ontvangen. Gezien de resultaten pleiten we voor een versterkte inzet van netwerkpsychiatrie. Daarnaast is vroegsignalering en behandeling van psychische problemen en suïcidaliteit in het onderwijs belangrijk.
Toe naar meer participatie Participatie is belangrijk voor iedereen, ook voor volwassenen met visuele en (zeer) ernstige verstandelijke beperkingen. Helaas lijkt het er echter op dat de participatie van deze volwassenen door hun beperkingen niet optimaal is. In dit onderzoek hebben we voor deze kwetsbare doelgroep het begrip participatie gedefinieerd en geoperationaliseerd in zeven domeinen. De mate van participatie blijkt met name beperkt te zijn op de domeinen inclusie en vrije tijd/recreatie. Om de participatie te verbeteren is een nieuwe interventie ontwikkeld, ‘Zorg voor Participatie+’ (ZVP+). De interventie blijkt een positieve invloed te hebben op de attitude die begeleiders hebben over participatie. Ze zijn minder gericht op de beperkingen van de doelgroep en introduceren activiteiten om de rollen te versterken. Hierdoor neemt de actieve betrokkenheid van de doelgroep tijdens activiteiten toe. Het veranderen van attitudes van begeleiders gaat niet vanzelf: extra aandacht is nodig in opleiding van begeleiders en in implementatie van deze interventie.