Een praktijkgericht onderzoek naar een transitie richting kleinschaligheid in de gesloten jeugdzorg In de gesloten jeugdzorg (JeugdzorgPlus) is een grote verandering gaande, waarbij gestreefd wordt naar minder gedwongen plaatsingen en minder dwang en beperking gedurende opnames. Een van de mogelijkheden om dit te realiseren is het ontwikkelen van kleinschaliger voorzieningen waarbij de specifieke behandeling, het leefklimaat en de omgeving gericht is op normaliseren. In dit onderzoek doen we verslag van zo’n transitie in een JeugdzorgPlus-instelling. We evalueren de verhuizing met betrokken jongeren en medewerkers en beschrijven de succesfactoren en de nadelen. Overwegend kan gesteld worden dat alle betrokkenen de transitie als positief ervaren hebben.
Ervaringen van gezinshuishoudens tijdens de eerste lockdown In Nederland worden in ruim 940 gezinshuizen uit huis geplaatste kinderen opgevoed door vaste opvoeders in een natuurlijk gezinssysteem. Deze kinderen wonen bij de gezinshuisouders in huis, wat betekent dat gezinshuisouders een intensieve taak vervullen. Zij dragen 24 uur per dag, zeven dagen per week zorg voor hen, waardoor werk en privé samenvallen. Naast het runnen van een gezin, onderhouden gezinshuisouders contacten met hulpverleners, instanties, ouders en voogden. Zij hebben in ‘normale’ omstandigheden al een intensieve taak, maar tijdens de coronacrisis veranderde dit drastisch. In dit artikel presenteren we de resultaten van een inventariserend vragenlijstonderzoek uitgezet onder gezinshuisouders tijdens de eerste lockdown in het voorjaar van 2020. Gezinshuisouders rapporteren dat zij te maken hebben gekregen met veel aanpassingen die effect hebben op het dagelijks leven en werk, maar dat ze nog voldoende welbevinden ervaren. Op basis van de resultaten worden aanbevelingen gedaan voor de praktijk, met het oog op de korte en lange termijn.
Prevalentie van ACEs en PTSS-symptomen bij leerlingen in regulier basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs Veel leerlingen maken in hun jeugd ingrijpende gebeurtenissen mee, ofwel Adverse Childhood Experiences (ACEs), zoals mishandeling, verwaarlozing of verlies van een ouder. Hoe meer ACEs kinderen meemaken, hoe groter de kans dat zij problemen ontwikkelen, zoals fysieke, psychische en schoolproblemen. Er is echter nog weinig bekend over de prevalentie van ACEs bij leerlingen in het onderwijs in Nederland. In het kader van onderzoek naar Traumasensitief Onderwijs (TSO) werd bij 353 leerlingen uit het regulier basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs gevraagd naar de ACEs die zij hebben ervaren. Daarnaast werden zij gescreend op PTSS-symptomen. ACEs bleken veelvuldig voor te komen, hoewel er verschillen waren tussen de onderwijstypes. Implicaties voor de praktijk worden beschreven.
Etnische identiteit van transcultureel geplaatste pleegkinderen in Nederland In Nederland is geen empirisch wetenschappelijke kennis bekend over etnische identiteit van pleegkinderen. Daarom is er een exploratief kwalitatief onderzoek gedaan naar Nederlandse pleegkinderen met een migratieachtergrond die transcultureel zijn geplaatst. Uitkomsten laten zien dat het ontwikkelen van een etnische identiteit complex kan zijn voor deze groep kinderen. Ze krijgen te maken met verschillende en contrasterende boodschappen over wie ze zijn en bij wie ze horen. Daarbij kan hun etnische identiteit intersecteren met pleegkindkenmerken. Pleegkinderen kunnen echter ook verbinding ervaren met hun etnische achtergrond. Pleegouders zouden door pleegzorginstellingen kunnen worden ondersteund in de etnische socialisatie van hun pleegkinderen. Zij zouden bijvoorbeeld handvatten aangereikt kunnen krijgen over hoe ze op open wijze met pleegkinderen het gesprek kunnen aangaan over etniciteit en hoe zij kunnen samenwerken met ouders in de etnische socialisatie van pleegkinderen.