Mijn vriendin Candace denkt terug aan haar schooltijd. Ze is nu professor en verveelt zich nog regelmatig. Het is de keerzijde van slim zijn en snel kunnen denken. Hoe slimmer je bent, hoe vaker je te maken hebt met mensen die minder slim zijn dan jij. Ik zie het ook terug bij slimme studenten. Die moet ik op late leeftijd nog aan hun verstand peuteren: je krijgt alleen een goed cijfer als je docent begrijpt dat je de stof beheerst. Ontzettend frustrerend. Ontzettend oneerlijk. Maar wel waar.
In de laatste scène van de Amerikaanse serie Einstein Genius vertolkt Geoffrey Rush de rol van Albert Einstein in gesprek met een jong meisje genaamd Alice. Hij zegt het volgende: ‘I have no special talent, but I am very curious. All I do is ask questions just like you do. That is the most important thing. Anybody can do that.’ Met andere woorden, het vermogen om te leren begint met verwondering, vanuit een open houding de wereld tegemoet treden en de moed hebben om altijd vragen te blijven stellen. Al dan niet berustend op historische feiten levert deze scène een mooi beeld op van de excentrieke geleerde als ideale leraar. De realiteit in het onderwijs laat echter maar al te vaak zien dat (hoog)begaafde kinderen tijdens hun schooljaren eerder afgestompt en gedesillusioneerd raken dan gepassioneerd en nieuwsgierig.
Onmogelijk en ongeschikt
In onderwijs en jeugd-ggz neemt de vraag naar differentiaaldiagnostiek tussen hoogbegaafdheid en DSM-5-classificaties toe. Dit gaat gepaard met gemiste of misdiagnoses rondom hoogbegaafde (HB) of dubbel-bijzondere (2E) leerlingen. Getoond wordt waardoor differentiaaldiagnostiek bij vermoeden van HB of 2E onmogelijk en ongewenst is. Dit hangt samen met de feitelijk onjuiste beeldvorming van HB en met de nadruk op classificerende diagnostiek. Dimensionele sterkte-en-zwaktediagnostiek is een gewenst alternatief. Wij geven een aantal tips voor orthopedagogen en psychologen en adviseren tot rehabilitatie van de werkvorm diagnostiek binnen samenwerkingsverbanden, het vak diagnostiek binnen universitaire masteropleidingen, en een paradigmaverschuiving betreffende HB en 2E.
Belangrijke inzichten voor scholen die zich willen professionaliseren
Bij dubbel-bijzondere leerlingen blijft ofwel hun hoogbegaafdheid, ofwel hun leer- of ontwikkelingsstoornis vaak (te) lange tijd onder de radar, met ernstige klachten en schooluitval tot gevolg. Tijdens het NRO-project ‘Tussen wal en schip’ werkten verschillende onderwijspartners aan ontwikkelplannen om kennis over deze doelgroep binnen de scholen te vergroten en om de ondersteuningsbehoeften van deze leerlingen eerder te kunnen onderkennen. In dit artikel gaan we in op het implementatieproces van deze ontwikkelplannen. De focus van deze bijdrage is wat de bevorderende en belemmerende factoren zijn in dit implementatieproces en welke lessen we hiervan kunnen leren.
‘Focusing met kinderen, de kunst van communiceren op school en thuis’ is een boek dat geschreven is door Erik Verliefde en Marta Stapert. Dit boek biedt een diepgaande kijk op de kunst van communicatie met kinderen, zowel thuis als op school, en benadrukt het belang van empathie, begrip en verbinding in de omgang met kinderen.
‘Mam! Het is gewoon niet eerlijk!’ Dit is een uitspraak die ik bijna dagelijks hier thuis hoor van onze oudste dochter van net 9 jaar oud. Nu ze dit zegt, zitten we in de gymzaal bij een schoolvolleybaltoernooi. Zij is niet heel sportief aangelegd, doet veel liever creatieve dingen zoals knutselen en musical, maar als je vanuit je eigen autonomie jezelf aan mag melden bij de gymjuf, dan doe je dat, toch?
Interview met Noks Nauta en Marieke Schuurman
Hoogbegaafde kinderen worden groot. Maar wat weten we eigenlijk van hoogbegaafde volwassenen? Te weinig, vinden oud-bedrijfsarts en arbeidspsycholoog Noks Nauta en seniorencoach en orthopedagoog Marieke Schuurmanvan der Heyden. Pas als hoogbegaafden op latere leeftijd in de problemen raken, komen ze op de radar. ‘Dat is te laat.’
Orthopedagogen Sarah Torenstra- Brinkers en Sofie Sergeant gaan in gesprek met leerlingen en ouders, en voeren een voorzichtige verkenning rondom het dilemma: leiden we ‘hoogbegaafde kinderen’ het beste op in settings waar diversiteit troef is, of juist in aparte settings? De term ‘hoogbegaafdheid’ wordt onder de loep genomen, alsook het waarom van het label. Vervolgens staan de auteurs – samen met diverse stakeholders – stil bij wat de leerlingen nodig versus te bieden hebben. Tot slot wordt er samen nagedacht over: wat kan ons huidig onderwijs leren van het onderwijs aan kinderen die hoogbegaafd worden genoemd? En, wat zou de rol van orthopedagogen kunnen zijn in dit proces?
In dit artikel reageren Sven Mathijssen en Barbara van der Waarde op stellingen over hoogbegaafdheid. Wat is hoogbegaafdheid eigenlijk, hoe ‘meten’ we dat en wat is de rol van IQ-testen hierin?
Leerlingen met een IQ-score hoger of gelijk aan 145 worden in het veld ook wel uitzonderlijk hoogbegaafd of hyperhoogbegaafd genoemd en er worden specifieke eigenschappen aan deze personen toegeschreven. Middels literatuuronderzoek is onderzocht of wetenschappelijk onderbouwd kan worden of deze categorie leerlingen zich onderscheidt van de totale groep hoogbegaafden door specifieke eigenschappen, prestaties en onderwijs- en begeleidingsbehoeften. Uit de literatuur komen diverse thema’s naar voren, die uitgebreide beschrijvingen bevatten van hyperhoogbegaafden. De onderzoeken zijn echter, op enkele uitzonderingen na, kwalitatief van aard en bevatten kleine onderzoeksgroepen, waarbij vergelijkingsgroepen ontbreken. Op basis van de beschikbare literatuur concluderen wij dat er onvoldoende wetenschappelijke onderbouwing is om de categorie hyperhoogbegaafden als aparte begaafdheidsgroep te beschouwen. Voorzichtigheid is geboden bij het geven van aanbevelingen gericht op deze specifieke groep. Bij de categorie exceptioneel hoogbegaafden (IQ hoger of gelijk aan 160) geeft de literatuur meer grond voor het uitgaan van een aparte groep waar het de prestaties betreft.
Een onderbelichte factor bij de ontwikkeling van talent
De ontwikkeling van identiteit kan een behoorlijk complex proces zijn bij hoogbegaafde kinderen. Het dilemma tussen zich aanpassen aan de ander of de eigen leerbehoefte najagen speelt daarbij een grote rol. Door het vele aanpassen aan de ander is een hoogbegaafd kind minder goed in staat om zichzelf te ontdekken en zichzelf te zijn. Dit heeft grote impact op de ontwikkeling van een gezonde identiteit en de ontwikkeling van hun vaak unieke talenten. Een gezonde identiteitsontwikkeling zorgt daarentegen voor het opbouwen van een intern kompas, dat helpt bij het maken van keuzes en dat richting geeft aan het leven.
Uitdagingen en kansen
Twee op de honderd mensen hebben een IQ boven de 130: zij zijn hoogbegaafd. Het afnemen van een intelligentietest bij deze specifieke groep, en met name bij kinderen, is niet altijd even eenvoudig. In dit artikel lees je welke uitdagingen er zijn en wat er allemaal mogelijk is met de Kinder IQ Test Plus (KIQT+). Dit is een intelligentietest voor kinderen van 5 tot en met 10 jaar bij wie een hoge intelligentie verwacht wordt. De KIQT+ meet accuraat vanaf een IQ van 105 tot en met 170. We nemen je mee in de ontwikkeling van de test, de achtergronden en de verschillen ten opzichte van andere tests, en we vertellen wat de KIQT+ geschikt voor hoogbegaafde kinderen maakt.
In deze editie verkennen we de dynamische wereld van hoogbegaafde individuen, waarbij we dieper ingaan op de uitdagingen en kansen die zich voordoen in de orthopedagogische praktijk. Hoogbegaafdheid verwijst naar een uitzonderlijk hoog niveau van intellectuele capaciteiten en potentiële talenten die verder gaan dan wat als gemiddeld wordt beschouwd binnen een bepaalde bevolkingsgroep. Snel zijn van begrip, complex denken, een verhoogd bewustzijn, emotionele intensiteit en een uitstekend probleemoplossend vermogen zijn voorbeelden van eigenschappen die al vanaf jonge leeftijd zichtbaar kunnen zijn bij hoogbegaafden. Het begrijpen en ondersteunen van hoogbegaafdheid is van groot belang om deze individuen de juiste educatieve en emotionele ondersteuning te bieden, zodat ze hun volledige potentieel kunnen bereiken.