Interview met Nicole Lucassen
Bijzonder hoogleraar Nicole Lucassen benadert armoede als een breed begrip: langere tijd niet de middelen hebben – financieel, maar ook sociaal en cultureel – om mee te kunnen doen in de samenleving. In haar onderzoek focust ze op een vernieuwende integrale aanpak, met ondersteuning aan het gezin als geheel.
Hoewel het percentage mensen dat onder de armoedegrens leeft, steeds meer daalt (4,4% in 2022 tegenover 6,3% in 2021)1 zijn het nog steeds veel mensen en dat heeft verstrekkende gevolgen. De Rijksoverheid heeft op haar site staan dat kinderen die opgroeien in armoede minder kans hebben op een goede toekomst. Deze kinderen kunnen zich bijvoorbeeld op school minder goed concentreren en lopen vaker een leerachterstand op. Ook gaan ze vaker zonder diploma van school.2 Ook in de dagelijkse praktijk hoor ik steeds vaker ouders in mijn spreekkamer benoemen dat het geld al op is, ze niets ontbeten hebben want eerst moeten de kinderen eten of dat ze gelukkig wat via-via hebben weten te regelen. Vaak wordt dit ook nog met de grootste luchtigheid verteld, nemen ze soms een bedankje voor mij mee en als ik niet doorvraag, kunnen we zo een oudersessie voltooien over andere onderwerpen. Dat ook steeds meer mensen met een baan en inkomen gebruikmaken van de voedselbank en studenten niet op kamers kunnen omdat het te duur is, baart me toch wel zorgen.
Een kennis deed een poging tot behulpzaamheid toen ik in de financiële misère zat. Het was geen geslaagde poging. De opmerking was dan ook niet echt voor mij, maar meer voor haar. Ze vond financiële strubbelingen maar een naar idee. Als het mij kon overkomen, dan kon het haar ook overkomen. Maar, ah, gelukkig toch niet, want zij wist ‘gewoon’ wat ze moest doen.
Tijdens een van mijn filosofielessen over rechtvaardigheid heb ik het volgende gedachteexperiment aan 4-vwo-leerlingen voorgelegd: stel dat jij nog net voldoende zakgeld hebt om naar de bioscoop te gaan. Je weet dat er een film draait die je al heel lang wilt zien en al je vrienden gaan ook. Onderweg kom je echter een bedelaar tegen die jou om tien euro vraagt. Wat doe je? Alternatieve opties zijn niet toegestaan. Leerlingen hebben de keuze uit: optie a (het geld geven aan de bedelaar met als gevolg dat je niet meer naar de bioscoop kan), of optie b (de bedelaar negeren en met je vrienden alsnog naar de film gaan). Beide keuzes zijn begrijpelijk, maar het valt op dat erg weinig leerlingen kiezen voor optie a. Als rechtvaardiging voor deze keuze passeren alle stereotiepe beelden over bedelaars als oude, onhygiënische, dronken en/of gedrogeerde mannen de revue. Het keiharde oordeel dat ze in plaats van te bedelen maar beter een baan zouden kunnen zoeken, krijgt dan ook veel bijval. Armoede in Nederland kent vele gezichten en is geenszins beperkt tot de bedelaar op straat, maar het bijstellen van dit beeld resulteert wel in een meer genuanceerde blik op de complexiteit van armoede. Laten we een poging wagen.
De doelgroep van integrale hulpverlening in beeld
Om passende hulpverlening te bieden voor gezinnen met meervoudige en complexe problematiek, is in regio Haaglanden in 2019 een integraal samenwerkingsverband opgericht. Om tot passende hulpverlening te komen voor deze gezinnen, is het wenselijk om meer zicht te krijgen op de complexiteit en samenhang van de problematiek binnen deze gezinnen. Het huidige onderzoek beschrijft daarom kenmerken van 89 jeugdigen in 62 gezinnen die tussen september 2019 tot februari 2021 zijn aangemeld voor integrale hulpverlening bij Beter Thuis. Gezien de grote diversiteit aan problematiek verdient het aanbeveling de hulpverlening voor deze gezinnen te starten met een uitgebreide verklarende integrale analyse over het functioneren op meerdere levensdomeinen. Bewustwording van de wederzijdse invloed van problematiek van individuele gezinsleden en het gezin als geheel is daarbij belangrijk, evenals oog voor mogelijk wantrouwen van gezinsleden dat het opbouwen van een werkrelatie kan belemmeren. Meer zicht op de complexiteit en samenhang van de problematiek binnen gezinnen kan helpen bij het prioriteren van doelen en bijbehorende interventies om tot herstel van het gewone leven te komen. De behandeling dient vervolgens integraal te worden vormgegeven, waarbij de strakke scheiding tussen hulpverlenende instanties niet mag blijven bestaan.
Uren zat ik op de steiger aan het water van het Veerse Meer. Het was lente en mooi weer. Nog wel fris met een windje, maar dat deerde mij niet. Ik was de enige die daar was en er voer maar een enkele boot. Het was nog geen toeristenseizoen. Het was hier leeg en weids en er was genoeg ruimte voor mijzelf om na te denken. Ik zat daar met allerlei zware gevoelens en moeilijke gedachten, want er was veel gebeurd in mijn leven. De belasting legde beslag op het huis van mijn ouders; het werd te koop gezet om schulden in te lossen. Maar het huis waarin ik geboren was en altijd gewoond had, was voor mij meer dan zomaar een plek. Het was een plek waar ik altijd op terug kon vallen, wat nu niet meer kon. Mijn ouders gingen scheiden en ik worstelde met mijn identiteit. Dat vond ik allemaal verschrikkelijk en het deed me veel verdriet. Wanneer ik aan het water zat, verzette ik mijn zinnen en droomde en fantaseerde ik over een betere toekomst. Ik dacht die te vinden in de grote stad ver weg van hier. Hier op de steiger kon ik opladen en de moeilijke tijd vergeten. Niet wetende dat er nog een heftige periode aankwam waarin ik helemaal uit balans zou raken.
Er is een sterk verband tussen armoede en psychische problemen. Dit verband lichten we toe aan de hand van literatuur en eigen (kinder- en jeugd)casuïstiek. Een bredere insteek dan enkel psychiatrische diagnostiek en behandeling wordt aangeraden om daarmee cliënten effectiever te ondersteunen. Suggesties daartoe worden gegeven.
Anders dan u van TvO gewend bent, bespreken we dit keer een kinderboek over het thema van dit tijdschrift. Mijn moeder is een dekbed is een mooi, verdrietig maar eerlijk verhaal over opgroeien in armoede. In 2022 groeiden in totaal 165.000 minderjarige kinderen op in een huishouden dat minstens een jaar onder de lage-inkomensgrens moest leven (www.nji.nl). Dat betekent dat er in iedere klas één of meerdere kinderen zitten die dit thuis meemaken. Dat betekent ook dat orthopedagogen en andere hulpverleners betrokken zijn bij deze kinderen.
Gemeente Rotterdam biedt via de inzet van coaches ondersteuning aan gezinnen die gedupeerd zijn door het toeslagenschandaal. Onderzocht is of deze ondersteuning de beoogde effecten bereikt en welke verbeterpunten er zijn. Uit gesprekken met 17 ouders en 2 meerderjarige kinderen blijkt dat gezinnen positief zijn over de benadering van, samenwerking met en ondersteuning door de coaches. Coaches lijken succesvol in het bieden van ondersteuning op meerdere leefgebieden, het versterken van vertrouwen en verlagen van stress. Negatiever zijn ouders over de wereld achter de coaches. Op basis van de ervaringen van gezinnen worden aanbevelingen gedaan voor toekomstige ondersteuning.
Fundament voor maatwerk en engagement
Het bieden van ‘billijk’ maatwerk aan hoogbegaafde leerlingen zodat zij geëngageerd raken en blijven voor het leren op school, blijkt een uitdaging voor leerkrachten. In deze bijdrage wordt beschreven welke bouwstenen bijdragen aan het creëren van pedagogisch sterke ontmoetingen en wat pedagogisch betrokkenen te doen staat. Reflectie is hierin belangrijk, al vraagt dat om een kwetsbare houding. In het creatieproces van sterke pedagogische ontmoetingen, als fundament voor maatwerk, staat de leerkracht er niet alleen voor. Om actief en reflectief te kunnen luisteren en handelen zijn een lerende schoolcultuur en coöperatie nodig die recht doen aan de wezenlijke interesse en bemoediging voor leerling én leerkracht.
In deze editie verkennen we het thema armoede & kansengelijkheid. Het bestrijden van armoede is niet alleen een kwestie van financiële armoede, maar ook het creëren van gelijke kansen en het bevorderen van een inclusieve samenleving. Armoede kent vele oorzaken, waaronder werkloosheid, laagbetaalde banen, verslaving, hoge schuldenlast en gebrek aan betaalbare huisvesting. Mensen die voor langere tijd in armoede leven, ondervinden daar vaak verstrekkende gevolgen van, bijvoorbeeld voor de fysieke en mentale gezondheid.
Zelf heb ik na een scheiding kort te maken gehad met armoede; twee jaar lang had ik vijf euro per week te besteden met twee opgroeiende kinderen. Dit was stressvol, maar zeker ook leerzaam. Het maakte mij creatief. Ik wist dat het van tijdelijke aard was, waaruit ik vertrouwen putte. Maar hoe is het voor ouders met kinderen die oeverloos in armoede leven? Hebben zij perspectief op een leven zonder armoede? Krijgen zij evenveel toegang tot onderwijs en gezondheidszorg? In dit themanummer schrijven professionals uit het werkveld over verschillende facetten rondom armoede en kansengelijkheid. We hebben een aanzet gedaan om het concept vanuit verschillende invalshoeken onder de aandacht te brengen. Ik wens u veel wijsheid en leesplezier toe!
Janneke Haijer
Hoofdredacteur Tijdschrift voor Orthopedagogiek
Een aanpak in ontwikkeling
Armoede is veel meer dan een gebrek aan geld. Het betekent voor veel volwassenen en kinderen ook sociale uitsluiting en chronische stress. De stress werkt door op hun denken, doen en gezondheid. Armoede heeft een haast gijzelende werking. Het blijkt een hele opgave om eruit te komen. Onder de noemer stress-sensitief werken proberen gemeenten, wijkteams, maatschappelijke opvang en andere organisaties de armoedebestrijding effectiever te maken. In dit artikel wordt de impact van chronische (geld)stress kort beschreven, om vervolgens toe te lichten hoe de actuele inzichten worden ingezet om armoede en schuldenproblematiek effectiever aan te pakken.