Bemoeizorg vanuit de kinderpoli bij een vermoeden van geweld thuis

Bemoeizorg vanuit de kinderpoli bij een vermoeden van geweld thuis

Productgroep Ouderschapskennis 2009-3
Ada Kempe | 2009
3,90

Omschrijving

over betrokkenheid en afstand bewaren

Kindermishandeling staat hoog op de politieke agenda, maar professionals zijn vaak niet echt toegerust voor de aanpak van dit altijd heikele probleem. Er zijn screeningsinstrumenten, risico-taxatielijsten, protocollen en procedures als hulpmiddelen om te signaleren en te interveniëren, maar het grootste struikelblok is nog altijd dat allereerste contact: daarin moeten onze bange vermoedens worden besproken met ouders.
We vermoeden 'iets', willen verandering ten goede voor zowel kind als ouders, en dan is het zaak om de ouders op een niet-veroordelende manier te bejegenen. Dat lukt alleen wanneer je ervan uitgaat dat ook de 'verdachte' ouder de intentie heeft om goed voor het kind te zorgen (Van der Pas, 2006).
Een praktijkvoorbeeld illustreert hoe gelaagd en complex 'kindermishandeling' kan zijn. Datzelfde geldt voor de hulp wanneer geweld als een rode draad verleden en heden verbindt. De moeder in onderstaande casus heeft door 'geweld thuis' al twee kinderen verloren. Zij geeft de moed echter niet op, en stap voor stap weet zij de situatie voor haar derde kind te normaliseren. De hulpverlener bezwijkt niet voor de verleiding om reddende engel te spelen. Zij stimuleert en bemoedigt, maar begrenst ook en delegeert (Maes, 2006).