Had ik maar een mongool

Had ik maar een mongool

Productgroep Ouderschapskennis 2004-3
3,90

Omschrijving

Ouderschap van een kind met een lichte verstandelijke handicap is zwaar ouderschap. LVG-kinderen lopen een groot risico gedragsproblemen te ontwikkelen, en ouders lopen het risico door hulpverleners en zorgaanbieders te worden beschouwd als de veroorzakers van die problemen. Ouders zijn kwetsbaar in hun poging zicht te krijgen op de handicap van hun kind en door de jarenlange extra inzet die van hen gevraagd wordt. Het is voor hen moeilijk te beoordelen of de handicap van hun kind adequaat is onderzocht en welke vragen onbeantwoord zijn gebleven, en veel leed wordt veroorzaakt door gebrek aan kennis over ouderschap en handicaps bij hulpverleners. Het perspectief van de ouders dient serieus te worden onderzocht, en de ouderbegeleider moet leren de onbekendheid van de handicap te verdragen en ouders te helpen ook die realiteit onder ogen te zien.

Trefwoorden: lichte verstandelijke handicap (LVG), ouderbegeleiding
Jeanne Luijten is ouderbegeleider bij Aventurijn, dagkliniek Kinder- en Jeugdpsychiatrie van de Zonnehuizen te Zeist. Daarnaast zelfstandig werkzaam als docent ouderbegeleiding. Adres: Zonnehuizen Veldheim-Stenia, Utrechtseweg 69, 3704 HB Zeist, tel: 030- 69 45 300 E-mail: JeanneL@veldheim-stenia.nl


Inleiding

Meer dan andere handicaps, is een lichte verstandelijke handicap voor ouders een bron van zorg en verwarring. In de beslotenheid van de spreekkamer verzuchten zij soms met enige gêne: ‘Had ik maar een mongool’. Vergeleken met andere soorten handicaps springt voor ouders het Downsyndroom er positief uit (Dykens & Hodapp, 2001): het is immers duidelijk wat er aan de hand is en een kind met het syndroom van Down wordt door iedereen als zodanig herkend en makkelijk geaccepteerd. Ouders met een LVG-kind staan wat dat betreft met lege handen: ‘Je ziet niks aan hem. Mijn familie begrijpt niet wat er aan de hand is en denkt dat ik hem verkeerd aanpak/te veel ver-wen/het aan mij ligt.’ Vaak worstelen ouders jarenlang met de vraag wat de handicap van hun kind betekent. Met de verzuchting ‘had ik maar een mongool’ zeggen zij eigenlijk: ik snap niet wat mijn kind heeft, de ene keer kan het iets wel, de andere keer niet: hoe zit dat? Ik doe het nooit goed en ik begrijp mijn kind niet. Hoe moet ik hem grootbrengen en wat zal er later van hem worden?