Hoe positioneer je je tussen 'zij' en 'wij'als therapeut

Hoe positioneer je je tussen 'zij' en 'wij'als therapeut

Productgroep Ouderschapskennis 2005-1
Anke Savenije | 2005
3,90

Omschrijving

Anke Savenije werkt als psychotherapeut-systeemtherapeut bij het adolescententeam van GGZ Buitenamstel en bij het Amsterdams Instituut voor Gezins- en Relatietherapie, en heeft een Neder-lands-culturele achtergrond. Ze was tien jaar (hoofd)redacteur van het tijdschrift: Systeemtherapie en is samen met Nel Jessurun de initiator geweest van de multiculturele psychotherapie-opleiding van de Rino Noord-Holland.

Prof. dr. Patriek Meurs studeerde theologie, psychologie, culturele antropologie, seksuologie en filosofie, en is opgeleid in de kinderpsychotherapie. Hij is verbonden aan het Centrum voor Kinderpsychotherapie en Ontwikkelingsgerichte Interventie van de Katholieke Universiteit Leuven.


Inleiding

Anke Savenije: Je benadrukt terecht de kwetsbaarheid van de interculturele ontmoeting. Het werken met migranten in België, maar ook in Nederland, is een eenzaam vak. Het is slechts een kleine club die zich ermee bezighoudt. We hikken aan tegen grote weerstanden, en voelen ons dus vaak geïsoleerd.
Je zoekt in je werk met migrantenouders naar verbinding: tussen vroeger en nu, man en vrouw. Dat zie je als centrale taak van jezelf als therapeut. Je luistert ‘close’, let op verschillen, transformeert die tot verhalen die bruikbaar zijn, tot bronnen van kracht waardoor voortgang weer mogelijk is. Herkenbaar is de ontwikkeling die je schetst in het werken met migranten. (Hadden we maar een ander woord: zowel allochtoon als migrant zijn onprettige termen; nieuwe Nederlander is politiek correct en vriendelijk, maar al die woorden benadrukken vooral het onderscheid tussen ‘wij’ en ‘zij’.) Eerst is er de onhandigheid en we denken dat we vast allerlei belangrijke dingen overslaan. We zijn behept met stereotypen als: ‘de ouders zijn traditioneel en die verhinderen de acculturatie van de kinderen’. Dan gaan we ons langzamerhand meer op ons gemak voelen en hebben we ruimte om te zoeken naar verschillende betekenissen. We gaan zien hoe culturele scripts ook dragend kunnen zijn voor verandering en hoe ze therapeutische ruimte kunnen geven. Langzamerhand realiseren we ons dan dat culturele scripts ook individueel verschillen. Moeders, vaders, kinderen, eerste en tweede generatie - allemaal verschillen ze. En dan de ontdekking: ‘ach, zo bijzonder is dat toch niet, want zo ga ik toch ook te werk met alle andere ouders’. Het verrijkt dan ook ons werk met andere ouders, of, in mijn geval, met andere gezinnen en adolescenten. Dat zijn meestal mijn cliënten.