Janusz Korczak Stichting Jaarboek 2007 - De mens Janusz Korczak

Janusz Korczak Stichting Jaarboek 2007 - De mens Janusz Korczak

Janusz Korczak Stichting | 2007 | 978 90 5263 953 6
Gratis

Omschrijving

Wil je een kind begrijpen dan moet je volgens Janusz Korczak kijken in “alle schuilplaatsen van de ziel" Want, zo heeft de ervaring hem geleerd: “Het verbergt zijn onderdanige scherpe blik, zijn verbazing, onrust, verdriet, toorn en verontwaardiging.” De belangrijkste schuilplaatsen in een mensenleven ontstaan in de kinderjaren. Meer dan enig andere leeftijdsklasse wordt het kind het meest genoodzaakt diep in zichzelf een toevluchtsoord te zoeken. Soms omdat het iets niet begrijpt of zich bedreigd voelt, dan weer omdat het gekrenkt wordt, zich in zijn hulpeloosheid en afhankelijkheid niet kan verzetten tegen de almachtige volwassenen. Maar als het kind zich voor ons verbergt, hoe kunnen we het dan begrijpeni Hoe kunnen we een blik werpen in zijn ziel, in zijn schuilplaatsen kijken om te vermijden dat we hem onnodig grieven, zijn rechten met voeten treden en hem afwijzen zoals hij is. Korczak was bijna veertig jaar oud roen hij opmerkte dat de volwassene in zijn poging het kind te begrijpen nooit alleen staat, want “Jij bezit een wonderbaarlijke bondgenoot, een toverfee zelfs, je eigen jeugd.” Hier ligt een belangrijke, misschien wel de meest zwaarwegende grond van de pedagogische tover van Korczaks omgang met kinderen. Zijn ontmoeting met een kind was altijd een ontmoeting tussen twéé kinderen, van het kind vóór hem en het kind ín hem. Door de herinnering aan je eigen kindertijd ben je beter in staat kinderen te begrijpen en te vergeven, schreef hij in zijn kinderkrant Kleíne Revue. De kracht van deze herinnering is voelbaar in al zijn pedagogische geschriken en in het bijzonder in zijn kinderboeken.

Als het bijzondere van Korczaks benadering van het kind ligt in de wijze waarop hij het kind-in-zich liet spreken, dan moeten we luisteren naar de stem van Henryk om Korczak te begrijpen. Dit gebeurt in dit eerste hoofdstuk, dat is opgebouwd uit vier paragrafen. De eerste paragraaf(A) bevat gegevens over Henryk tot ongeveer zijn twintigste levensjaar, over zijn relatie met zijn ouders en de omstandigheden waarin hij opgroeide. Paragraaf B laat zien hoe Henryk in zijn puberteit voorbereidende stappen zet voor zijn latere levenskeuze: het kind. De stappen zijn nog niet weloverwogen, maar al merkbaar door een sterke innerlijke aandrang gestuwd. Meer over hetgeen zich in Henryks bruisende innerlijk afspeelde, vernemen we in zijn dagboeknotities, gepubliceerd als Biecht van een vlinder. Hierover gaat paragraaf C, die tevens gelezen kan worden als een voorbereiding tot de vertaling van Korc- zaks Biecht(hoofdstuk 2) alsook van de hoofdstukken van Kirchner, Koestler en Gruntz-Stoll over Korczaks droefheid, eenzaamheid en humor. De laatste paragraaf (D) gaat in het kort in op Korczaks (autobiografische) gesprek met de oude linde in het bos. Zie ook de toelichting bij hoofdstuk 4.