Janusz Korczak Stichting Jaarboek 2015 - Het recht van het kind op leven en dood

Janusz Korczak Stichting Jaarboek 2015 - Het recht van het kind op leven en dood

Janusz Korczak Stichting | 2015 | 978 90 5263 723 5
Gratis

Omschrijving

In dit jaarboek hebben we ons laten inspireren door Korczak’s provocerende uitspraak dat het kind recht heeft op zijn eigen dood. Korczak formuleerde dit recht in 1919 in zijn Magna Carta als een van de drie grondrechten, naast het recht te zijn wie je bent en het recht op de dag van vandaag.

Wat bedoelde Korczak met dat recht van het kind op de dood? Van zo’n uitspraak schrikken we en misschien was dat ook Korczak’s bedoeling. Hij kon nogal radicaal zijn in de manier waarop hij het voor kinderen opnam. Zelf was hij opgevoed als een ‘salonkind’ (zoals hij dat zelf noemde); maak je niet vies, speel niet met straatkinderen, wees netjes en beleefd, kortom, spring nooit uit de band en ga vooral niet op avontuur. Vandaar wellicht zijn verzuchting: “Omdat we bang zijn ons kind door de dood te verliezen, ontnemen we het de kans om te leven.”

Wie is er nu niet bang zijn kind door de dood te verliezen? Een emotie die Korczak, al had hij nooit eigen kinderen, maar al te goed begreep. Ons kind, zeggen we vaak, is ons kostbaarste bezit. We moeten er niet aan denken het te verliezen. Het liefst zouden we het in een doosje stoppen zodat niemand het kwaad kan doen en het niets ernstigs kan overkomen. Maar Korczak tikt ons op de vingers: “een kind is niet je bezit”, waarschuwt hij meerdere malen. Een kind is van zichzelf en wij mogen ervoor zorgen, zolang onze zorg nodig is. Een al te beschermende opvoeding is voor het kind beklemmend. Onze angst mag er niet toe leiden dat de ‘veiligheidszone’ waarin we kinderen toestaan te verkeren steeds kleiner wordt. Wij ouders en opvoeders zullen moeten leren kinderen te vertrouwen, anders leidt onze zorg tot verstikking en onze bescherming tot overbescherming.

Waar zijn ouders en opvoeders dan zoal bang voor? Kijken we bijvoorbeeld naar Amerika (een land in angst, volgens Ido Weijers1), dan zien we dat de angst voor indringers, overvallers, vreemden en kinderlokkers overheerst. Zozeer zelfs dat hele ‘gate-communities’ zichzelf vrijwillig opsluiten achter veel sloten en grendels om alle mogelijk gevaren buiten te houden. Maar statistieken geven aan dat de grootse gevaren niet daarin schuilen, maar in zaken als huiselijk geweld, ongelukken met wapens en auto-ongelukken. Onbegrijpelijk dus dat het in sommige staten in de VS strafbaar is kinderen onder de 12 alleen thuis te laten, terwijl er geen minimumleeftijd bestaat voor wapenbezit.

Ouders in de VS dreigen op hun vingers getikt te worden door de kinderbescherming als ze hun kinderen alleen naar school durven sturen (zie de column van Arie de Bruin in dit jaarboek). De angst dat er iets fout gaat met spelende kinderen, én de angst voor de juridische consequenties daarvan, kunnen voor kinderen behoorlijk slecht uitpakken. Zo verbood men in de gemeente Dubuque in Iowa het sleetje rijden want er waren teveel prachtige plekken om met een slee naar beneden te glijden, dus de ‘service manager’ voor recreatie en vrije tijd besloot: “We can’t manage the risk at all of those places.” 2 Verbieden leek haar de enige oplossing om juridische claims te voorkomen.

Stel dat we volwassenen zoiets zouden aandoen! Er zijn nog geen gevallen bekend waarbij het autorijden werd verboden omdat er in die gemeente teveel autowegen zijn, zelfs niet omdat er teveel dodelijke ongevallen met auto’s hebben plaats gevonden. We meten dus met twee maten; als het om bescherming van onze kinderen gaat ontnemen we hen vrijheden die we onszelf in zo’n situatie nooit zouden willen ontzeggen.