Je kind opvoeden in een diverse wijk

Je kind opvoeden in een diverse wijk

Gratis

Omschrijving

Deze verkenning is uitgevoerd door een team van onderzoekers van Verwey-Jonker Instituut en de Vrije Universiteit binnen het programma Kennisplatform Inclusief Samenleven (www.kis.nl) dat in opdracht van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wordt uitgevoerd. We danken de Ouder- en Kindteams Amsterdam voor hun vraag aan KIS, die de aanleiding vormde voor dit onderzoek. We danken voorts de mensen in Amsterdam en Tilburg die ons hielpen om ouders te vinden die met ons wilden spreken over hun ervaringen. Maar bovenal gaat onze grote dank uit naar de moeders (en één vader) die bereid waren zich kwetsbaar op te stellen met hun verhalen over wat ze ervaren bij het opvoeden en opgroeien van hun kinderen in meerderheids-minderheidswijken

Onderzoek naar integratieprocessen focust in hoge mate op het doen en laten van mensen met een migratieachtergrond. Processen van (institutionele) in- en uitsluiting krijgen daarnaast toenemend aandacht. Over de ‘boze burger’ die zich expliciet afzet tegen immigratie en het diverser worden van de samenleving is er intussen eveneens enige kennis. Maar over wat zich erder afspeelt aan de kant van de Nederlanders zonder migratieachtergrond, hoe zij het leven in een multi-etnische stad ervaren bijvoorbeeld, en hoe zij ermee omgaan in hun dagelijks leven, is nog weinig bekend. Dit geldt ook voor de opvoeding in ‘witte’ Nederlandse gezinnen in de context van de multi-etnische samenleving. Zeker nu in de grote steden toenemend sprake is van ‘meerderheids-minderheidswijken’ (Crul & Lelie, 2017), waar de Nederlanders zonder migratieachtergrond in de minderheid zijn, wordt de vraag relevant wat dit voor hen als opvoeders en voor hun kinderen betekent.

Een deel van hen behoort tot de groep die hun wijk steeds diverser heeft zien worden door een ‘white flight’ van bewoners naar andere wijken. Een ander deel is juist zelf naar een wijk met veel bewoners met een migratieachtergrond verhuisd, vaak in samenhang met een proces van gentrificatie van de wijk. Over hoe deze omstandigheden het gedrag van beide groepen ouders als opvoeders beïnvloeden en wat voor vragen het opvoeden in een meerderheids- minderheidswijk oplevert is nog weinig bekend. Een van de uitzonderingen vormt het onderzoek Becoming a Minority (BaM) van de VU. Dit onderzoek spitst zich toe op de ervaringen van ‘witte’ nieuwkomers in oude gerenoveerde stadswijken (Amsterdam en Rotterdam) en richt zich daarbij onder andere op ouders. Het onderzoek laat zien dat ouders van deze nieuwkomer-gezinnen vaak met positieve verwachtingen van diversiteit de wijk binnenkomen, met de intentie om hun kinderen te laten opgroeien samen met andere kinderen in een gemengde wijk. Maar deze positieve verwachtingen en intenties vertalen zich niet altijd in een hierop gerichte schoolkeuze of keuzen voor vrijetijdsbesteding van kinderen. Het BaM-onderzoek laat een mismatch zien tussen de percepties of idealen en het feitelijke gedrag van deze wijkbewoners (Crul & Lelie, 2023; Crul et al., 2023; Schut & Waldring, 2023). Er zijn aanwijzingen uit de praktijk van een soortgelijk verschil tussen percepties en gedrag in de opvoeding, die nadere verkenning verdient. De in BaM bevraagde respondenten leven niet zelden langs de langer ingezeten bewoners met een migratieachtergrond heen (Keskiner & Waldring, 2023), maar wel zijn er grote verschillen tussen bewoners met en zonder kinderen en bewoners met kinderen op meer of minder gemengde scholen (Crul & Lelie, 2017).

Kennisplatform Inclusief Samenleven deed in 2020 een verkennend onderzoek naar ouderinitiatieven van Nederlanders zonder migratieachtergrond gericht op verbinding in etnisch gemengde wijken. De resultaten duiden er op dat dit soort initiatieven in de praktijk soms op verwijten van arrogantie of racisme van de kant van ouders met een migratieachtergrond stuiten. Een (vaak onbewust) paternalistische houding aan de kant van de ouders zonder migratieachtergrond kan daarbij een rol spelen (Mesic, Day, Distelbrink & Pels, 2021). Los van deze verkennende bevindingen is de kennis over de opvoeding, opvoedvragen en behoeften aan ondersteuning van ‘witte’ ouders in de multi-etnische context gering. Dit geldt zeker voor wijken waar zij een minderheid vormen, een relatief nieuw verschijnsel. Hoe gaan deze ouders om met toenemende of voor hen nieuwe diversiteit waarin hun kinderen opgroeien? Wat betekent hun woonomgeving voor de eigen vriendenkeuze en die van hun kinderen, en voor de keuze van scholen voor hun kinderen? En hoe gaan zij om met de verschillen die zich op pleinen, speelplekken, scholen en andere publieke domeinen voordoen, en met situaties waarin zij in de minderheid zijn?

Vragen die hiermee samenhangen komen in toenemende mate terecht bij beleidsmakers en professionals, bijvoorbeeld leerkrachten en hulpverleners. Van verschillende kanten is duidelijk geworden dat ook zij behoefte hebben aan meer inzicht in wat er leeft bij ´witte´ ouders die hun kinderen opvoeden in meerderheids-minderheidswijken, zodat zij beter op de nieuwe vragen van ouders in kunnen spelen. De Stichting Ouder- en Kindteams Amsterdam heeft in 2020 expliciet om een onderzoek naar deze thematiek gevraagd aan het Kennisplatform Inclusief Samenleven (www.kis.nl). Ook uit een bijeenkomst die de BaM-onderzoekers in 2019 belegden met beleidsambtenaren en professionals van de gemeente Amsterdam naar aanleiding van hun onderzoek kwam de behoefte aan inzicht naar voren. Ouders, maar ook professionals, in de kinderopvang, op scholen, en andere openbare plekken in wijken, zijn nauwelijks op de nieuwe situatie ingespeeld. Tegelijkertijd voltrekken zich in de bredere samenleving processen van segregatie en polarisatie die de sociale samenhang bedreigen, zo werd daar besproken. Een verkenning van de vragen en ondersteuningsbehoeften die leven bij ‘witte’ opvoeders met een diverse achtergrond (theoretisch en praktisch opgeleid, ouders die een etnische minderheid zijn geworden in hun wijk of die later in een diverse wijk zijn gaan wonen), kan bijdragen aan het inzicht dat beleidsambtenaren en professionals (onderwijs, zorg) nodig hebben om ook deze ouders waar nodig goed te kunnen ondersteunen. 

Dit onderzoek, uitgevoerd als opdracht binnen het KIS-portaal (www.kis.nl), voorziet hierin.