John Bowlby als icoon

John Bowlby als icoon

Productgroep Idealen, idolen en iconen van de pedagogiek
3,90
Abonneeprijs: 1,56

Omschrijving

In de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw ontwikkelde de kinderpsychiater John Bowlby [1907-1990] de gehechtheidstheorie als verklaring voor het gedrag dat jonge kinderen laten zien wanneer zij van hun primaire verzorger worden gescheiden. De gehechtheidstheorie is op dit moment een van de meest invloedrijke theorieën op het gebied van de kinderlijke ontwikkeling en Bowlby een van de meest geciteerde auteurs. Daarom mag in deze bundel een korte analyse van het werk van Bowlby als icoon van de pedagogiek niet ontbreken.
In zijn gehechtheidstheorie concludeerde Bowlby op basis van observaties dat gehechtheid aan de moeder een belangrijke rol speelt in de ontwikkeling van een kind. Hij distantieerde zich hiermee van bestaande psychoanalytische en leertheoretische ideeën, die de band tussen moeder en kind probeerden te verklaren uit het feit dat de ouder het kind voedt en verzorgt (Van Dijken & Van der Veer, 1997; Van Dijken, 1998; cf. Van Dijken, Van der Veer, Van IJzendoorn & Kuipers, 1998). Op basis van ethologische onderzoeksresultaten heeft Bowlby de hypothese ontwikkeld dat kinderen een primaire behoefte hebben aan de moeder gehecht te raken. Deze aangeboren neiging tot gehechtheidsgedrag zou volgens Bowlby overlevingswaarde hebben gehad in een environment of evolutionary adaptedness (Bowlby, 1984; Bowlby, Figlio & Young, 1986; Van IJzendoorn, Tavecchio, Goossens & Vergeer, 1982; Van IJzendoorn 1994; cf. Hinde, 2005).