Nabeschouwing

Nabeschouwing

Productgroep Ouderschapskennis 2005-3
3,90

Omschrijving

‘Het valt telkens weer op, eigenlijk al een eeuw lang, hoe weinig tijd en ruimte ouders krijgen voor het herstel van hun mogelijkheden,’ constateerde Van Lieshout in een lezing over honderd jaar geworstel met ouders (2004). En hoe weinig ruimte het sociale netwerk krijgt om ouders daarbij te helpen, voegen wij toe na het lezen van dit thema.
Is het niet verbijsterend dat in de casus van Lindeman de gouden kans van plaatsing in het sociale netwerk van moeder niet met beide handen wordt aangegrepen? Vier kinderen kunnen in één gezin én in het eigen netwerk worden opgevangen: hoe vaak krijgt de jeugdzorg zoiets voorgeschoteld?
Het is niet onze bedoeling hulpverleners of instellingen te diskwalificeren, maar wél stellen we de vraag wat we van Lindeman’s ervaring kunnen leren. We weten immers allemaal dat haar ervaring niet uniek is. Hoe komt het dat de uitdaging van samenwerken met het sociale netwerk met zoveel tegenzin wordt aangegaan?
Bij nadere beschouwing van de casus zijn er vier lijnen te onderscheiden:
Moeder vraagt hulp bij het vinden van een oplossing voor haar kinderen. De hulpverlening helpt haar niet omdat men eerst duidelijkheid wil over wat moeder precies wil. Een bijzondere paradox. De professionals willen de regie houden, maar voeren die niet consequent. Ze grijpen in als ze vinden dat iets niet goed gaat, maar tussen die ingrepen door lijken ze achterover te leunen. Of ze zijn bezig met acties waarvan de netwerkpleegouders niet op de hoogte zijn. Zo worden ze een onbetrouwbare partner.