Over de zogenoemde teloorgang van het onderwijs en de stem van pedagogen in het publieke debat

Over de zogenoemde teloorgang van het onderwijs en de stem van pedagogen in het publieke debat

Productgroep Over pedagogische kwaliteit
3,90
Abonneeprijs: 1,56

Omschrijving

Op de derde Landelijke Pedagogendag die in 1987 te Nijmegen werd gehouden, riep Jan Dirk Imelman op tot een brede maatschappelijke, cultuurpedagogische discussie over onderwijsinhouden door cultuur- en kindkenners en pedagogen (Imelman & Tolsma, 1987). Deze oproep om in Nederland te komen tot de institutionalisering van een permanente cultuurpedagogische discussie deed Imelman naar aanleiding van de door hemzelf opgeworpen vraag of de identiteit van het bijzonder onderwijs nu niet juist een modern, normatief-pedagogisch probleem was. Het was zijn overtuiging dat de verzuilde koepelorganisaties in Nederland niet op de juiste wijze toegerust waren voor het bespreken en beoordelen van identiteitsvragen. Het onderwijs is een nationale voorziening, en, zo luidde zijn oordeel, niet alles wat onderwijs héét is ook onderwijs (zie Imelman & Tolsma, 1987, p. 390).
Interessant voor ons nu is zijn constatering toentertijd dat uit de publieke discussies over het onderwijs blijkt dat er vooral belangstelling is voor leerplaninhoudelijk denken. Voor hetgeen kinderen zouden moeten leren, het wat. Dit na twee decennia waarin naar Imelmans mening de aandacht van ‘vernieuwingspedagogen en onderwijskundigen… zich vooral richtte op onderwijsmethoden, klasse- en schoolorganisatie in didactisch perspectief, pedagogisch ‘klimaat’, meer aandacht voor het kind, enzovoort’ (Imelman & Tolsma, 1987, p. 391). Deze verandering in belangstelling van hoe naar wat juicht hij toe, ‘omdat men weer aandacht voor de aard en kwaliteit van de leerstof gaat krijgen en voor de betekenis daarvan voor de vorming van de leerling en voor de tradering van de cultuur’ (Imelman & Tolsma, 1987, p. 391). Het biedt de gelegenheid om de openstaande vraag te beantwoorden wat ‘pedagogisch-inhoudelijk tot de ‘nationaal-politieke natuur’ van het onderwijs is te rekenen’ (Imelman & Tolsma, 1987, p. 391).