Slotakkoord

Slotakkoord

Productgroep Bestaat dyslexie?
3,95
Abonneeprijs: 1,58

Omschrijving

Op 27 februari 2017 reageerde hoogleraar wetenschapstheorie Trudy Dehue in de Volkskrant op een juichende mededeling van het Radboud universitair medisch centrum in Nijmegen onder de kop ‘ADHD op vijf plekken in de hersenen zichtbaar. Groot internationaal onderzoek bevestigt hersenverschillen bij ADHD.’ De analyse van Dehue was vlijmscherp en haar opiniestuk was een goed voorbeeld van relevante kritische analyse van wetenschappelijk onderzoek. De uitkomsten van dat onderzoek werden door het Radboudumc met veel aplomb gebracht en er lag in de presentatie erg veel nadruk op de buitengewone omvang van het onderzoek: “Bij mensen met ADHD zijn vijf hersengebieden kleiner dan bij mensen zonder ADHD. De verschillen zijn het duidelijkst bij kinderen en minder groot bij volwassenen. Dit blijkt uit de grootste neuro-imaging studie tot nu toe bij mensen met ADHD. De gevonden verschillen kunnen de vertraagde hersenontwikkeling verklaren die karakteristiek is voor deze aandachtsstoornis. Het onderzoek is uitgevoerd onder leiding van Barbara Franke van het Radboudumc en op 16 februari gepubliceerd in Lancet Psychiatry.” Met verwijzingen naar publicaties in gerenommeerde internationale wetenschappelijke tijdschriften leggen wetenschappers en hun voorlichters vaak veel gewicht in de schaal. Dehue liet er geen spaan van heel.

Een van haar zorgen betrof het gegeven dat bijna alle serieuze nieuwsmedia meldden dat nu echt bewezen was dat ADHD een hersenstoornis is. De journalisten hadden zich zonder enig commentaar geschaard achter de uitspraak van onderzoeker Martine Hoogman, eerste auteur van het Lancet Psychiatry-artikel, dat de kwalificatie als hersenstoornis bepaalde stigma’s over ADHD zou kunnen ontkrachten, bijvoorbeeld het idee dat ADHD het gevolg is van een slechte opvoeding, of dat het alleen maar een label voor moeilijke kinderen zou zijn. Maar de grootste vergissing was natuurlijk al veel eerder gemaakt. ADHD kan helemaal niet in het brein zichtbaar worden emaakt. Bij ADHD gaat het niet om een neutrale beschrijving, maar om een normatieve (dis)kwalificatie. Om met Dehue te spreken: ‘Er hangen geen bordjes “stoornis” in het brein en dit woord staat evengoed niet in het DNA geschreven.’