Vragenlijsten over gezin of opvoeding kunnen de oudervaardigheidschaden; argumenten voor een waarschuwingssticker

Vragenlijsten over gezin of opvoeding kunnen de oudervaardigheidschaden; argumenten voor een waarschuwingssticker

Productgroep Ouderschapskennis 2003-3
3,90

Omschrijving

Vragenlijsten over gezin ofopvoeding moeten worden voorzien van een sticker met bovenstaande waarschuwing, meent de auteur, want ze bevatten schadelijke ingrediënten voor ouders en ouderbegeleiding.
Na een inleiding waarin zij haar scepsis ten aanzien van deze vragenlijsten introduceert, behandelt ze praktisch-ethische bezwaren van het gebruik ervan in ouderbegeleiding. Het gebruik van vragenlijsten behelst een wijze van communiceren die inherent ouder-onvriendelijk is. Maar ook beïnvloeden de opzet en de theoretische achtergrond van deze lijsten de sensitiviteit van de hulpverlener ten aanzien van ouders in nadelige zin. De lijsten dragen een naïeve visie op ouderschap en opvoeding uit en ze versmallen het taalgebruik en het denken van de hulpverlener. Alles bijeen voldoende ‘bijwerkingen om een waarschuwingssticker te plakken op elke ‘ouder-vragenlijst’.
Een lijst van de hieronder genoemde vragenlijsten, met bijbehorende bibliografische gegevens, staat aan het eind van het artikel.

Trefwoorden: vragenlijsten, ouderbegeleiding
Alice van der Pas PhD, MSWis opleider ouderbegeleiding en publiciste Inleiding: algemene bezwaren van ‘ouder-vragenlijsten’


Vragenlijsten invullen is leuk werk, zelfs het belastingformulier, en ik bewonder altijd de makers ervan sinds ik dertig jaar geleden er zelf een ontwierp voor de leerkrachten van MOB-klantjes en merkte hoe nauw het allemaal luistert: niet te lang, concreet, eenvoudige taal, vriendelijke toon, positief geformuleerd, niet suggestief, enzovoort. De lijst was niet gevalideerd, maar bespaarde ons menig tijdrovend schoolbezoek, legde contact met leerkrachten, en doordat dezen ook iets van hun verhaal erin kwijt konden, attendeerden ze ons op hun problemen. Onze agenda bepaalde echter de vragen, en dus de opbrengst van de lijst. Dat was nog sterker het geval toen ik, vele jaren eerder, een deel van het platteland van Oost-Nederland afstruinde met een dialect-vragen-lijst in de hand. Ik herinner me hoe lastig het was om duidelijk te maken dat de interesse van mijn opdrachtgever uitging naar wat voor de dialectsprekers oninteressant was: hun dagelijkse taalgebruik.