Vreugde en verdriet: reacties op prenataal onderzoek

Vreugde en verdriet: reacties op prenataal onderzoek

Productgroep Ouderschapskennis 2007-2
Glenn Whitney | 2007
3,90

Omschrijving

Oorspronkelijke titel: Joy and woe: response to prenatal testing. Het artikel verscheen eerder in J. Raphael-Leff (red.) (2003), Parent-Infant Psychodynamics: Wild Things, Mirrors and Ghosts, pp 177-184. London, Philadelphia: Whurr.
Dit is een verhaal vol eindigheid en dood, maar helaas zonder einde. Het is vooral ook een verhaal over het leven. Onze kennis van de biologische mechanismen van het begin van nieuw leven is enorm en neemt elk jaar toe. Wat duizenden jaren lang een wonderbaarlijk mysterie was, wordt omgevormd tot een technische ingreep — van in-vitrofertilisatie tot kunstmatig opgewekte weeën, volledige anesthesie en een operatieve bevalling. Nu bij vrouwen na de menopauze embryonale kleinkinderen worden geïmplanteerd en de meervoudige foetussen die voortkomen uit een onvruchtbaarheidsbehandeling ‘selectieve reductie’ noodzakelijk maken, wordt duidelijk dat filosofie, ethiek en psychotherapie vergeefs proberen gelijke tred te houden met de natuurwetenschappen.
Als mens zijn we bekend met bepaalde existentiële waarheden waarvan andere levende wezens geen weet hebben. Eén daarvan is dat we ‘schepsels-op-weg-naar-de-dood’ zijn - dat we weten dat we eens zullen sterven, dat ons bestaan eindig is. Ik zou willen zeggen dat we ons er ook van bewust zijn dat we ‘schepsels-op-weg-naar-het-leven’ zijn — dat de meeste mensen zich kunnen voortplanten. We zijn ons bewust van de hele kringloop van geboorte en dood op een manier die geen ander schepsel kent. Zo waren mijn vrouw en ik na veel planning, strenge voedingsregels, temperatuur opnemen, en strategisch geplande coïtus, opgetogen toen we wisten dat we een nieuw leven gecreëerd hadden dat op 18 juli 1996 in haar baarmoeder begon te groeien.