Waar school en omgeving elkaar versterken - Eindresultaten van de meerjarige landelijke monitor School en Omgeving (2022-2025)

Waar school en omgeving elkaar versterken - Eindresultaten van de meerjarige landelijke monitor School en Omgeving (2022-2025)

2026 | seo.nl
Gratis

Omschrijving

Meerjarige landelijk monitor School en Omgeving

De subsidieregeling School en Omgeving bestaat sinds 2022 en heeft als doel de kansengelijkheid in het funderend onderwijs te vergroten door kinderen (extra) buitenschoolse activiteiten aan te bieden. Om de uitvoering en ervaren effecten van de subsidie goed te kunnen volgen, is de regeling landelijk gemonitord in de periode van augustus 2023 tot en met december 2025. De monitor schetst een zo representatief mogelijk beeld van de praktijk in de schooljaren 2022-2023, 2023- 2024 en 2024-2025. Hiervoor is breed informatie verzameld bij verschillende betrokken partijen via de volgende instrumenten:

1. Vragenlijstonderzoek onder regievoerders van de coalities, de deelnemende scholen, de betrokken gemeenten en de andere coalitiepartners. Dit is de kern van het onderzoek, omdat dit een jaarlijks terugkomend onderdeel is en een grote groep diverse betrokkenen bereikt.

2. Analyse van alle toegekende aanvragen School en Omgeving. Op basis van de aanvragen zijn de doelen, doelgroepen en (beoogde) activiteiten in het programma voor School en Omgeving inzichtelijk gemaakt.

3. Schouwen waarmee 19 scholen zijn bezocht door onderzoekers, deelnemers van andere coalities en betrokkenen van OCW, met als doel zicht te krijgen op de stand van zaken en werkzame elementen en om van elkaar te leren.

4. Literatuurstudie naar verrijkt en ondersteunend schoolaanbod ter bevordering van kansengelijkheid in het onderwijs en naar vormen van effectieve samenwerking tussen scholen en lokale partijen in het educatieve domein.

5. Secundaire analyses op openbare data van DUO en het CBS om het bereik van de subsidieregeling inzichtelijk te maken. Hierbij zijn enkele wijk- en schoolkenmerken van alle deelnemende scholen geanalyseerd.

Belangrijkste uitkomsten van de monitor

Input  Bereik van de subsidieregeling

De regeling 2022 heeft 128 coalities bereikt (44 voorlopers, 49 doorgroeiers en 35 starters) waaraan 604 scholen waren verbonden (457 po, 114 vo en 33 so). De regeling 2023-2025 heeft in schooljaar 2023-2024 132 coalities bereikt (43 voorlopers, 89 overig) waaraan 626 scholen waren verbonden (475 po, 119 vo en 32 so). In schooljaar 2024-2025 waren dat 231 coalities (42 voorlopers, 189 overig) en 889 scholen (644 po, 195 vo en 51 so). Ook vijf coalities die gebruikmaken van de SPUK-regeling Kansrijke Wijk1 deden vanuit die SPUK mee aan het programma School en Omgeving.

Financiering

Voor de meeste coalities waren de subsidiemiddelen toereikend. In de eerste twee jaar van de regelingen soms zelfs iets te ruim, doordat het opstarten van activiteiten meer tijd kostte dan verwacht. In de praktijk combineerden coalities de subsidie met andere financieringsbronnen, zoals de lumpsumbekostiging van scholen, middelen uit het Nationaal Programma Onderwijs en gemeentelijke fondsen voor de verrijkte schooldag. Dit deden vooral de voorlopercoalities. 

Het grootste deel van de subsidiemiddelen is besteed aan de uitvoering van activiteiten, waarbij het ging om kosten voor het inhuren van externe aanbieders, extra personele inzet en de aanschaf van materialen. Daarnaast benoemen alle regievoerders van de coalities de coördinatie van het programma als uitgavepost, en voor de meesten behoorde het tot de drie grootste kostenposten. Een kleiner deel is besteed aan ondersteunende taken zoals communicatie, monitoring, evaluatie en kwaliteitsverbetering. De meeste coalities en scholen willen de buitenschoolse activiteiten ook in de toekomst aanbieden. De voortzetting is echter sterk afhankelijk van structurele financiering.

In de schouwen zien we een duidelijk verschil tussen scholen die subsidies doelgericht inzetten vanuit een bestaande visie en scholen die pas na toekenning een visie ontwikkelen: de eerste groep werkt vaak met meerdere subsidiestromen aan een integraal plan en regelt de verantwoording achteraf, terwijl de tweede groep vooral stuurt op de vereisten van de regeling. Het subsidiebedrag is meestal toereikend en wordt door sommige scholen gecombineerd met andere financieringsbronnen, waardoor geldstromen moeilijk van elkaar te onderscheiden zijn. De inzet van middelen lijkt samen te hangen met de ontwikkelfase van de coalitie: beginnende coalities richten zich vooral op het realiseren van activiteiten, terwijl meer ervaren coalities inzetten op kwaliteitsverbetering. Er worden zelden ouderbijdragen gevraagd. Scholen ervaren knelpunten in timing, omvang en bestedingsperiode van de middelen, vooral wanneer toekenning plaatsvindt nadat de formatie al is vastgesteld. 

Proces Samenwerking binnen de coalities De meerderheid van de coalities is ontstaan naar aanleiding van de subsidieregeling School en Omgeving. Dit toont aan dat de regeling samenwerking tussen scholen en andere wijkpartners effectief heeft gestimuleerd. Een kleiner deel van de coalities bestond al vóór de regeling. Deze voorloperscoalities werken al langer samen en bieden daardoor gemiddeld langer buitenschoolse activiteiten aan dan de overige coalities. De voorloperscoalities komen vaak voort uit andere initiatieven gericht op kansengelijkheid, zoals het Nationaal Programma Onderwijs, de Rijke Schooldag of Vreedzame Wijk.

Uit de schouwen wordt duidelijk dat in coalities waar al sprake was van samenwerking, partners soms al decennialang met elkaar werken aan extra aanbod in het kader van kansengelijkheid. Anderen zijn daar recenter mee begonnen, of hebben al bestaande samenwerking aangegrepen om nu ook samen extra aanbod te realiseren. We zien door deze verschillen in aanleiding allerlei soorten en maten van coalities. Zoals gemeenten of zelfs regio’s waarbij alle scholen binnen de regeling samen een coalitie vormen of gemeenten waarbinnen zich meerdere coalities hebben gevormd.

Bij de coalities zijn scholen, gemeenten en andere coalitiepartners betrokken. De rollen die deze partijen hebben, verschillen per coalitie afhankelijk van de afspraken die zij met elkaar maken. Scholen hebben een centrale rol. Zij ontvangen de subsidiemiddelen2 en bepalen hoeveel leerlingen deelnemen. Voor hun buitenschoolse aanbod zetten zij vaak externe aanbieders in, soms gecombineerd met eigen personeel. Veel voorkomende externe aanbieders zijn kunst- en cultuurinstellingen, sportverenigingen, welzijnsorganisaties en zzp’ers. Gemeenten hebben vooral een faciliterende rol of een rol op de achtergrond. De overige coalitiepartners vervullen voornamelijk coördinerende en uitvoerende taken binnen de coalitie. 

Ook uit de schouwen wordt duidelijk dat de verschillende deelnemende organisaties zeer uiteenlopende rollen kunnen vervullen. Gemeenten zijn soms de grote aanjager, en soms alleen medeondertekenaar. Hetzelfde beeld zien we voor schoolbesturen, vaak zijn ze op strategisch niveau betrokken, soms nemen ze ook een coördinerende of ondersteunende rol op zich. Ook de rol en betrokkenheid van aanbieders van  activiteiten lopen zeer uiteen: soms zijn zij de partij die uitvoert wat een school vraagt en daarna weer weggaat, in andere coalities werken aanbieders en scholen actief samen aan een aanbod op maat en voelen de vakdocenten die zij leveren zich deel van het schoolteam.

De regeling School en Omgeving bevordert langdurige samenwerking tussen coalitiepartners: ongeveer 70 procent van de regievoerders van coalities vindt dat de samenwerking is geïntensiveerd. Veel aspecten van samenwerking, zoals regelmatig overleg, evaluatie en inhoudelijke aanvulling, zijn stabiel over tijd. Coalitiepartners komen meestal af en toe (2–3 keer per jaar) of regelmatig (4–6 keer per jaar) bijeen, hoewel sommige partners dit niet altijd weten. De meerderheid kent elkaars expertise goed en werkt effectief samen. Bovendien zijn de meeste coalitiepartners (zeer) tevreden over de samenwerking. Tevredenheid komt vooral door korte lijnen, goede communicatie, een collectieve aanpak, gedeelde verantwoordelijkheid en het gezamenlijke doel om kinderen te laten ontwikkelen.

Lees verderr via de download rapport