Wat kan de pabo van de pedagogische traditie leren?

Wat kan de pabo van de pedagogische traditie leren?

Productgroep Over pedagogische kwaliteit
3,90
Abonneeprijs: 1,56

Omschrijving

Wie een schoolklas binnenkomt, stapt niet alleen een pedagogische wereld binnen, maar ook een historische. Neem het bord, sinds 1806 hebben we dat. De klassikale aanpak is ook al zo’n tweehonderd jaar oud. En dan onze stapsgewijze instructie: het ophalen van de voorkennis, de presentatie van de nieuwe leerstof, de begeleide inoefening en de individuele verwerking. Sinds 1880 doen we dat. En het zogenaamde nieuwe leren? Het uitgaan van de ervaringen van de kinderen? Daar had Pestalozzi het al over. Niet de leerstof als startpunt nemen, maar de ervaringen en activiteiten van het kind. Niet alleen maar de nadruk op de cognitieve ontwikkeling leggen, maar ook op de sociaal-emotionele en motorische. Hoofd, hart en hand moeten samengaan. En dat de belangstelling van het kind het uitgangspunt moet zijn en niet allereerst de schoolvakken (wel daarna natuurlijk) en in het onderwijs altijd het leerproces in het oog moet worden gehouden (en niet alleen het eindproduct), zeiden Ligthart en Dewey honderd jaar geleden al.
De afgelopen kwart eeuw heeft de onderwijskunde gaandeweg de plaats van de pedagogiek ingenomen. Maar als we goed kijken zien we dat die onderwijskunde eigenlijk alleen maar kanttekeningen plaatst bij de pedagogische traditie die veel ouder is dan zijzelf. Dat is heel waardevol. Door onderwijskundig onderzoek weten we bijvoorbeeld dat de formele leertrappen, die De Raaf en Geluk aan het eind van de negentiende eeuw propageerden zo gek nog niet waren. Dat soort stapsgewijs onderwijs – mits kinderen erbij geactiveerd worden – blijkt heel effectief te zijn (vgl. Bissonnette, Richard & Gauthier, 2005). Maar we weten ook dat bij zulk onderwijs weinig transfer optreedt en kinderen snel afhaken. Die vorm van onderwijs is niet zo motiverend. Eerlijk gezegd hoeven we daarvoor niet bij de moderne onderwijskunde te rade te gaan. Ligthart constateerde dat al (Ligthart, 1916b).