Ziekenhuisopname van een kind ontregelt de ouderlijke werkvloer

Ziekenhuisopname van een kind ontregelt de ouderlijke werkvloer

Productgroep Ouderschapskennis 2009-3
Sander Muntz | 2009
3,90

Omschrijving

Samenvatting
In zijn opleiding werd auteur geïnspireerd door het denken van Wouters en Van Riet (2002) over emanciperende hulpverlening: hoe zorg je dat patiënten geen object van behandeling worden, maar subject blijven. Voor het werken als ouderbegeleider zijn aanvullende vaardigheden en inzichten vereist. De ouder is namelijk niet zelf patiënt, maar het kind. De ouderbegeleider probeert de ouder 'subject' te laten blijven, maar de ouder mist vaak het zelfvertrouwen daartoe. Bovendien: hoe zieker het kind, hoe intensiever het contact met het behandelteam. Dit stelt hoge eisen aan ouders, terwijl zij feitelijk weinig invloed hebben op de behandeling. Het ontbreekt hen niet aan zeggenschap in strikt formele zin; wèl aan ruimte voor hun ervaringen, reacties, emoties als ouder.

De gewenste theoretische en methodische aanvulling vond Muntz in het werk van Alice van der Pas (2009). Het is gericht op versterking van de autonomie van ouders wanneer deze als vader of moeder in contact met professionals zeggenschap willen houden (of krijgen) over de gang van zaken rond onderzoek, behandeling of verzorging van hun kind. In onderstaand artikel vertaalt auteur de theorie Van der Pas over ouderschap naar de dagelijkse praktijk van ouderbegeleiders in een ziekenhuis of revalidatiecentrum.
Een en ander moge verduidelijken hoe en waarom ziekenhuisopname van een kind vaak leidt tot afbrokkelen van ouderlijke zeggenschap, en dat het bij uitstek de taak is van de ouderbegeleider om dat proces te keren. Dat begint echter met zicht krijgen op het afbrokkelproces zelf.