Kijken, kijken, kijken

Kijken, kijken, kijken

Over samenspelen botsen en verzoenen bij Jonge kinderen

Dorian de Haan Elly Singer | 2005 | 9789066657090

Omschrijving

Kijken, kijken, kijken geeft een levendig beeld van het sociale leven van jonge kinderen in kindercentra. Hoe maken zij vrienden, en hoe ontwikkelen ze een gevoel van samenzijn? De botsingen en wrijvingen tussen peuters onthullen de sociale kwesties die hen bezighouden. Vaak lijken deze verrassend veel op die van volwassenen. Bijvoorbeeld de kwestie van de nieuweling in een groep, die door de negatieve reacties van andere kinderen razendsnel de ongeschreven regels leert. Ook zijn er de speeldingen die in de handen van andere kinderen zoveel aantrekkelijker lijken dan wat ze zelf hebben. Of de wil om even ongestoord te spelen, zonder andere kinderen die zich met hen bemoeien. In de bespreking van deze sociale kwesties is er steeds aandacht voor de leidster of opvoeder. Hoe kunnen zij kinderen helpen om spelenderwijs basale sociale waarden, regels en vaardigheden te leren?
Het boek bevat talrijke beschrijvingen van wat kinderen meemaken, rijk geïllustreerd met foto's en geanalyseerd met behulp van nieuwe psychologische inzichten.
De auteurs baseren zich op jarenlange ervaring met wetenschappelijk onderzoek en het ontwikkelen van trainingen voor leidsters in de kinderopvang.

Deel 1 - Samen

Deel 1 - Samen

Zeer jonge kinderen zijn afhankelijk van anderen en reageren direct op wat ze voelen en op wat anderen met hen doen. Een veilige en vertrouwde relatie is voor hen de basis van alles. Als ze zich veilig en vertrouwd voelen, durven ze zich open te stellen, contact te maken, te experimenteren, grapjes te maken en het risico van een ruzie te nemen. Want als je elkaar vertrouwt, komt het immers wel weer goed.
Ook volwassenen voelen het als ze iemand kunnen vertrouwen. Maar waaraan merken ze dat precies? Dit is niet zo’n makkelijke vraag, omdat je vertrouwd voelen vaak zo vanzelfsprekend is. Een manier om erachter te komen is om iemand in gedachten te nemen bij wie je je zeer op je gemak voelt en jezelf de volgende vraag te stellen: Wanneer voel ik heel sterk dat ik me vertrouwd en blij voel met die persoon? Als het om vaders en moeders gaat, hoor je antwoorden als: ‘ze waren er altijd als ik ze nodig had’; ‘gezellig in de auto samen met m’n vader als die voor z’n werk ergens heen moest’; ‘samen lachen, zingen en spelletjes doen’; ‘luisteren naar de verhalen die mijn moeder kon vertellen. Het gaat altijd om situaties waarin mensen samen iets doen en waarin ze zich dan samen goed voelen. Ook voor jonge kinderen geldt dat ze zich vertrouwd voelen doordat anderen goed op hen kunnen inspelen. Als de ander doet wat past bij jou, voelt dat goed. Het voelt goed dat de ander jou begrijpt en rekening met je wil houden. Dus de basis van het vertrouwen ligt in hoe wij concreet met elkaar omgaan, wat we doen. Dit geldt voor alle mensen, maar in het bijzonder voor jonge kinderen. Daarom beginnen we dit boek met hoofdstukken over hoe leidsters en kinderen in kindercentra het gevoel van wij-samen maken. Door lichaamscontact, elkaar prettig aanraken, oogcontact, gebaren, om de beurt doen, imiteren en uitnodigen tot imiteren, grapjes en spelletjes die voorspelbaar en toch spannend zijn, samen speelpraten en wij-samen-spelletjes met woorden. Wederkerigheid blijkt een sleutelbegrip.

Meer info
2,90
Deel 2 - Nieuwelingen

Deel 2 - Nieuwelingen

Als leidster en kinderen gestalte geven aan samenzijn, doen ze dit door goed naar elkaar te kijken, dingen (na) te doen, te spelen, te praten – kortom, door met elkaar te zijn op bepaalde manieren. Ze bouwen een manier van samen zijn op die te beschouwen is als de cultuur van de groep. Ieder kind, en de leidster, heeft daarin zijn of haar eigen bijdrage. Ieder geeft vorm aan bepaalde patronen van met elkaar omgaan. Veel dingen zijn zo vanzelfsprekend dat er nooit over wordt nagedacht. Het is een hele opgave om als nieuweling te ontdekken hoe de cultuur van een groep in elkaar zit. Het meeste blijft onuitgesproken. Gelukkig maar: Het zou toch niet allemaal te onthouden zijn. Het is hard werken om de regels van de groep te leren kennen. Verreweg de meeste kinderen willen er erg graag bij horen en ze werken er dan ook hard aan. Ze geven hun oren goed de kost en houden hun ogen wijd open en langzamerhand nemen ze regels over en nog wat later voegen ze misschien zelf regels toe. Ook de leidsters werken er hard aan. In alle kindercentra zijn er routines om een kind te laten wennen. Het is ook belangrijk om de ouders vertrouwd te maken en met ze vertrouwd te raken. Ze blijven altijd een beetje buitenstaander, maar als ze binnen zijn, horen ze erbij, met hun ervaringen en verlangens. Het is goed als ze de cultuur van de groep een beetje leren kennen en andersom is het goed als de leidster de cultuur van de ouders een beetje kent.
De volgende hoofdstukken zijn een uitnodiging om met nieuwe kinderen mee te kijken naar alle procedures en regels in de groep, te zien hoe nieuwe kinderen mee gaan doen, en om met de ouders te kijken hoe zij en hun kinderen deel kunnen gaan uitmaken van ‘de club’.

Meer info
2,90
Deel 3 - Botsingen

Deel 3 - Botsingen

Als kinderen samenspelen zijn er natuurlijk ook botsingen. Ze irriteren elkaar, willen of vinden allebei iets anders, of worden echt boos. Leidsters en ouders vinden dit vaak vervelend. Huilende, boze of dreinende kinderen – we zien ze veel liever fijn samenspelen, zonder conflicten. Ontwikkelingspsychologen denken echter heel anders over conflicten tussen kinderen (Piaget, 1967; Vygotsky, 1978). 
Zij vinden ze heel belangrijk voor hun ontwikkeling. In groepen hebben botsingen de functie om relaties tussen de leden van de groep te verhelderen: wat mag, wat niet mag, wie is de baas en wie moet gehoorzamen, wat zijn de regels voor samen delen en voor wat je voor jezelf mag houden (De Waal, 2000). Uit onderzoek blijkt dat volwassenen, maar ook heel jonge kinderen, tijdens een botsing niet alleen bezig zijn met wat ze willen (de inhoud), maar ook met hoe ze de ander kunnen beı¨nvloeden (de relatie) of hoe ze de relatie kunnen herstellen na een conflict (Verbeek, Hartup & Collins, 2000; Singer, 2002). Daarom zijn botsingen relatiewerk. Als jonge kinderen iets doen dat waarschijnlijk niet mag, kijken ze vaak met zo’n vaag stoute-kinder-glimlachje. Alsof ze hun ouders of leidster bij voorbaat mild willen stemmen. Als de ouder of leidster toch boos is, gaan ze vaak huilen en willen ze getroost worden en zich verzoenen.
Op heel jonge leeftijd zijn kinderen in staat om oplossingen te vinden als ze met elkaar botsen. Hoe sterker de wens om samen te spelen, hoe groter de kans op een oplossing die beide partijen accepteren. Als ze een ander kind niet leuk vinden, maken ze dat ook heel duidelijk. Onderzoek onder jonge kinderen toont aan dat ze al allerlei strategiee¨n gebruiken om de relatie tijdens een conflict te herstellen, te verhelderen of te verbreken. Soms bemoeien ze zich al met een botsing tussen twee andere kinderen. Zelfs bij peuters zijn botsingen relatiewerk. In ons onderzoek hebben we dit ook gevonden. Hierover gaan de volgende hoofdstukken.

Meer info
2,90
Deel 4 - Leermomenten

Deel 4 - Leermomenten

Volgens de ontwikkelingspsycholoog Piaget (1967) leren kinderen dankzij botsingen dat andere kinderen of volwassenen een andere mening of wens hebben. Ze leren dat de wereld anders in elkaar zit dan ze dachten. Dit is de motor om nieuwe inzichten te leren, om het eigen egocentrisme – denken dat iedereen denkt zoals jij - te overwinnen. Zonder botsingen kan er geen cognitieve en morele ontwikkeling plaats vinden (Killen & De Waal, 2000).
Welke regels en andere meningen kinderen leren tijdens botsingen met andere kinderen, wordt snel duidelijk als we naar de inhoud van hun botsingen kijken. Twee- en driejarige kinderen in kindercentra blijken vooral op de volgendeonderwerpen te botsen: 
• blijf-van-me-af-gevoel – Kinderen moeten leren elkaars grenzen te kennen en aanvaarden. Ze moeten leren om elkaar aan te raken op een manier die prettig is. Er is een grens tussen stoeien en elkaar echt pijn doen. Kinderen moeten uit elkaars buurt blijven en van elkaar afblijven als de ander met rust gelaten wil worden. De regels zijn dus: ‘elkaar geen pijn doen’ en ‘elkaar niet storen.’
• dingbotsing – Kinderen moeten speelgoed leren delen en leren accepteren at een ander kind speelt met iets wat het zelf graag had gehad. Hier zijn dus de regels: ‘om de beurt’; ‘samen delen’; ‘Wie iets heeft, mag het houden’; Dat iets er aantrekkelijk uitziet betekent niet dat je er aan mag komen. Jonge kinderen moeten impulsief gedrag leren beheersen; deze beheersing is een belangrijke sociale vaardigheid.
• ik-wil-meedoen-herrie – Kinderen moeten sociale vaardigheden leren, om hun kans te vergroten toegelaten te worden tot het spel van andere kinderen. Ze moeten echter ook leren dat andere kinderen soms geen nieuwkomer swillen om ongestoord met hun spel te kunnen doorgaan.  
• spelideebotsing – Als kinderen samenspelen, is het onvermijdelijk dat ze af en toe van mening verschillen. De e´e´n wil een zo hoog mogelijke toren bouwen, terwijl de ander het omgooien van de toren het allerleukste vindt. Twee kinderen willen ‘moeder’ spelen en geen van beiden ‘de baby’. Kinderen moeten leren onderhandelen, te geven en nemen om de voortgang  van het spel te garanderen.
Vaak spelen bij een botsing meerdere onderwerpen tegelijk een rol. Een kind pakt het puzzelstukje van de puzzel waar een ander kind mee speelt. Dit levert en dingbotsing op, maar voorts blijkt dat het kind graag wilde meespelen en hierom dus ik-wil-meedoen-herrie maakt.

Meer info
2,90
Deel 5 - De leidsters

Deel 5 - De leidsters

Jonge kinderen kunnen heel goed omgaan met botsingen. De meeste botsingen lossen ze op zonder hulp van leidsters. Zelfs na ruzies spelen ze vaak gewoon verder. Toch hebben leidsters een grote invloed. Zowel indirect door positieve relaties tussen de kinderen onderling te ondersteunen, als direct door in te grijpen bij botsingen tussen kinderen. Met betrekking tot botsingen tussen kinderen onderscheiden wij drie rollen voor de leidster:
1. De beschermster, die er voor waakt dat alle kinderen zich veilig voelen en positieve onderlinge relaties hebben.
2. De baas, die waakt over waarden en normen, met de kinderen regels en afspraken maakt, en – als dit nodig is – ingrijpt om ze daaraan te herinneren.
3. De bemiddelaar, die kinderen helpt om samen oplossingen te vinden, verbindt en verzoent, en de ontwikkeling van sociale vaardigheden stimuleert. 

De beschermster
Hoe positiever de relaties tussen de kinderen onderling, hoe opener ze staan voor het samen vinden van oplossingen en verzoeningen. Een hoofdtaak van leidsters is ervoor te zorgen dat kinderen zich persoonlijk veilig en gekend voelen, en goed functioneren binnen het veilige kader van de kindergroep. Ze creëren een cultuur van tederheid. Delen 1 en 2 gingen over wat leidsters kunnen doen om een wij-gevoel tussen de kinderen te laten ontstaan en hoe ze samenspel kunnen ontlokken, regisseren en ondersteunen. Op deze manier kunnen leidsters indirect beı¨nvloeden of kinderen veel of weinig botsingen hebben. Wat dit betreft zijn er enorm grote verschillen in de pedagogische aanpak van leidsters. In eerder onderzoek vonden we in Finse groepen van twee- en driejarigen een gemiddelde van 4 conflicten per uur (Singer & Hannikainen, 2002).

Meer info
2,90
Deel 6 - Diversiteit

Deel 6 - Diversiteit

Iedere leidster weet het: Geen kind is gelijk. Sommige kinderen lukt alles. Ze hebben wel eens botsingen, maar die zijn voorbij voordat de leidster er erg in heeft. Andere kinderen vragen voortdurend om aandacht omdat er bijna altijd wat met ze aan de hand is. Soms zijn het groepjes kinderen die anderen in de weg zitten. De kunst van leidster zijn, is om enerzijds rekening te houden met individuele verschillen en ieder kind persoonlijke aandacht tegeven, en anderzijds om oog te hebben voor relaties tussen kinderen en de groep als geheel. Bovendien heeft de leidster als pedagogische taak om jonge kinderen te leren omgaan met verschillen tussen kinderen. 
Dit stelt leidsters voor twee samenhangende vraagstukken: 
1. Hoe kan ik kinderen helpen samenspelen als ze op bepaalde punten erg verschillen? Hoe kan ik bijvoorbeeld kinderen laten samenspelen als ze veel verschillen qua ontwikkelingsniveau? Hoe kan ik ze helpen als ze zoveel conflicten hebben dat ze alle aandacht van de leidsters kosten en de hele groep verstoren? Hoe kan ik samenspel organiseren met jongens die veel ruimte claimen en weinig ophebben met fijner motorisch spel als puzzelen? Hoe kan ik kinderen die thuis andere gewoontes, normen en waarden meekrijgen bij het spel betrekken?
2. Hoe kan ik ervoor zorgen een open blik te houden en me niet te laten leiden door vooroordelen? Een open blik in plaats van bijvoorbeeld aan te nemen dat de oudste de schuld heeft van een conflict omdat hij het wijste hadden moeten zijn. Een open blik in plaats van bij ieder conflict denken ‘maakt dat rotjoch alweer ruzie,’ zonder na te gaan wie deze keer de schuldige is. Iedereen heeft beelden van meisjes en jongens, ‘mensen zoals ik,’ en (kinderen van) ouders met verschillende etnische achtergronden. Het gaat altijd om verschillen die je tussen kinderen waarneemt en om de manier waarop je die interpreteert.

Meer info
2,90
Inleiding

Inleiding

Kijken, luisteren, samen praten en denken, daar gaat het om bij het opvoeden van jonge kinderen. Maar waar kijk je naar? Wij hebben alle vier - Dorian, Anke, Nienke en Elly – ervaring met enthousiaste collega’s die interessante vormen van samenwerking observeerden op een video, terwijl wij zelf niets anders zien dan een kluwen krioelende kinderen. Kijken moet je leren.
Daarvoor is dit boek bedoeld. De afgelopen tien jaren hebben we het samenspelvan twee- en driejarigen in kindercentra onderzocht. Hoe ze samenspelen en duidelijk maken wat ze willen. Hoe ze grapjes maken, in conflict raken en zich weer verzoenen. En hoe de leidsters de kinderen kunnen helpen. Langzaam maar zeker ontdekten we patronen. Soms hebben we nieuwe woorden gemaakt om deze ontdekkingen uit te drukken, zoals ‘speelpraten’ en ‘vraagkijken’.

Meer info
1,90
Kijken, kijken, kijken (gehele uitgave)

Kijken, kijken, kijken (gehele uitgave)

Kijken, kijken, kijken geeft een levendig beeld van het sociale leven van jonge kinderen in kindercentra. Hoe maken zij vrienden, en hoe ontwikkelen ze een gevoel van samenzijn? De botsingen en wrijvingen tussen peuters onthullen de sociale kwesties die hen bezighouden. Vaak lijken deze verrassend veel op die van volwassenen. Bijvoorbeeld de kwestie van de nieuweling in een groep, die door de negatieve reacties van andere kinderen razendsnel de ongeschreven regels leert. Ook zijn er de speeldingen die in de handen van andere kinderen zoveel aantrekkelijker lijken dan wat ze zelf hebben. Of de wil om even ongestoord te spelen, zonder andere kinderen die zich met hen bemoeien. In de bespreking van deze sociale kwesties is er steeds aandacht voor de leidster of opvoeder. Hoe kunnen zij kinderen helpen om spelenderwijs basale sociale waarden, regels en vaardigheden te leren?
Het boek bevat talrijke beschrijvingen van wat kinderen meemaken, rijk geïllustreerd met foto's en geanalyseerd met behulp van nieuwe psychologische inzichten.
De auteurs baseren zich op jarenlange ervaring met wetenschappelijk onderzoek en het ontwikkelen van trainingen voor leidsters in de kinderopvang.

Meer info
11,90