Als school en ouders vuile was hebben

Als school en ouders vuile was hebben

Productgroep Ouderschapskennis 2004-1
Bert Krapels | 2004
3,90

Omschrijving

Om als ouderbegeleider te functioneren in het krachtenveld tussen school en ouders heeft de ouderbegeleider vier ankerpunten uit de cliëntgerichte stroming ter beschikking. Het inzetten van congruentie, empathie, aanvaarding en negatieve capaciteit voorkomt dat de ouderbegeleider in de rol van bemiddelaar, boodschapper of crisisbedwinger komt en helpt hem zich te richten op het proces dat de ouders doormaken. Door die houding ontstaat er bij ouder en school ruimte waarin ieder de eigen verantwoordelijkheid weer kan opnemen.

Trefwoorden: ouderbegeleiding, school, cliëntgerichte theorie
Bert Krapels is als kinder- en jeugdpsycholoog en als psychotherapeut en ouderbegeleider werkzaam in een eigen praktijk en op de school verbonden aan het Pedologisch Instituut in Den Haag.
Adres-. Beeklaan 476, 2562 BM Den Haag. Tel. 070-3467972.
E-mail: bert.krapels@wanadoo.nl


Inleiding

Als ouder ben je kwetsbaar wanneer het op school niet goed gaat met je kind. Je faalt kennelijk als opvoeder en dat knaagt aan je gevoel van eigenwaarde en geeft schuldgevoelens.
Als leerkracht ben je kwetsbaar wanneer je een probleemkind in de klas hebt en je er met al je pedagogische vaardigheden niet in slaagt het probleem effectief aan te pakken. Zoiets tast je competentiegevoel aan, tenzij je de oorzaak van het probleem buiten jezelf kunt leggen.

Zowel ouder als leerkracht voelen zich aangesproken wanneer het welzijn van een kind in het geding is. Het begrip ‘welzijn’ wordt echter door ouders, leerkracht, schoolleiding, politiek en maatschappij verschillend ingevuld en in de media is al tijden discussie over de vraag op welke welzijnsgebieden van het kind de school wel en niet actief mag of moet zijn. Verslaving? Bestrijding van overgewicht? Zorgen voor het ontbijt? Het zijn maar enkele van de discussieonderwerpen en de grens tussen school- en oudertaken wordt steeds minder duidelijk.