Ik voelde me vaak buitengesloten als puber. Op de fiets ging ik dan snel richting huis met mijn hoofd naar beneden gebogen, want ik had verdriet en huilde grote tranen. Mijn buik was vol van angsten en mijn hoofd vol van ongeloof dat ik niet mee mocht doen met de anderen. De tranen kwamen omdat ik verdrietig was dat ik er niet bij hoorde. Ik voelde een eenzaamheid die voor het eerst echt groot was in mijn leven. Ik was een puber van een jaar of dertien en ik voelde me niet een gewone jongen. De uitsluiting voelde groot.