Soms zit de opbrengst van een onderzoek ook in nieuwe vragen die worden opgeroepen. Zouden we ouders niet serieuzer moeten nemen vanuit hun rijke ervaring als opvoeders? Ouders een grotere rol geven dan alleen adviesrecht over het pedagogisch beleid en de uurprijs? Het onderzoek ‘Samenwerken in leren & opvoeden’ zet aan tot denken en actie.
De presentatie op de UvA van het onderzoek van een internationaal consortium van hogescholen en universiteiten toont mooie resultaten. Niet alleen neemt de kwaliteit toe als verschillende werkvelden meer geintegreerd samenwerken rond het jonge kind, maar ook blijkt de betrokkenheid van ouders toe te nemen. Ouders vinden zelfs dat ze beter worden in hun ouderschap en opvoederschap.
Met Jerôme van Dongen, lector interprofessionele samenwerking in de wijk, Gjalt Jellesma en Wim Goossens ontstaat tijdens de presentatie een gesprek dat nog steeds voortduurt. Wim Goossens is zowel ervaringsdeskundig, professioneel deskundig als docent op Hogeschool Zuyd. We bespreken met elkaar over wat ouderbetrokkenheid eigenlijk is. Als wij die pedagogische basis willen zijn – samen met onderwijs – hoe verhouden we ons tot ouders die uiteenlopende achtergronden hebben?
Finland
Ouders met kinderen in verschillende leeftijden maken daarnaast deel uit van verschillende contexten. Hoe verbinden wij ons met hen als wij niet weten hoe zij denken over opvoeding en hoe ze betrokken willen worden?
Ik merk dat ouderbetrokkenheid nu als een soort noodzakelijkheid gezien wordt. Ook binnen het onderwijs zie ik dat terug. Wim Goossens noemt een interessant onderzoek uit Finland.
Daar zijn family centers, waar zorg, opvoedingsondersteuning, kinderopvang, onderwijs en maatschappelijk werk samenwerken met ouders en daarbij onderlinge ouderlijke ondersteuning stimuleren. Het is in Finland onderdeel van de publieke voorziening.
In Nederland vliegen we alles apart aan, vanuit onze eigen organisaties. Als we nu eens de rol van ouders vergroten en deze rol integraal benaderen vanuit samenwerking? Dat sluit ook goed aan bij de ontwikkeling van integrale kindcentra.
Goossens heeft dit jaar een publicatie uitgebracht waarin hij pleit voor oudergerichtheid, het gebruikmaken van ervaringsdeskundigheid en het delen van ervaringen. Volgens hem beschikken ouders over ervaringsdeskundigheid die gelijkwaardig is aan professionele kennis van hulpverleners en pedagogen.
Daarom zouden professionals niet alleen naar het kind moeten kijken, maar ook naar ervaringen, identiteit en behoeften van ouders. Hij maakt daarbij een belangrijk onderscheid tussen ouderschap (de existentiële, levenslange relatie tussen ouder en kind) en opvoederschap (het begeleiden van de ontwikkeling van het kind).
Dit heeft mij opnieuw aan het denken gezet. In de professionele praktijk richten we ons vooral op opvoederschap, terwijl ouders juist meer erkenning zoeken voor hun ouderschap. Net als Goossens zou ik de ervaringsdeskundigheid en de gedeelde ervaringen van ouders meer willen benutten. Je zou interprofessionele samenwerking meer kunnen organiseren rondom gezinnen in plaats van rond het individuele kind.
Ik zie Goossens’ publicaties als een goede theoretische basis voor een verkenning naar ouderbetrokkenheid. Ze vullen het meer empirische onderzoek van bijvoorbeeld Ruben Fukkink (UvA) aan. Waar Fukkink onderzoekt wat samenwerking oplevert, beschrijft Goossens vooral hoe professionals zich tot ouders kunnen verhouden.