In het kleine Zeeuwse dorp waar ik woonde, was één huisarts. Deze was gevestigd in een voornaam huis in de hoofdstraat van het dorp. Ik kwam er altijd langs wanneer ik naar school liep en was altijd geprikkeld als er iemand de praktijk in of uit liep. Ik was nogal een druk kind met veel vragen, dus toen ik een keer vanuit school langs de praktijk liep, ging ik voor het eerst alleen de praktijk binnen en vroeg of ik de huisarts kon spreken. De assistente was vriendelijk en ik kon plaats nemen. Ik werd getriggerd door de mensen die in de wachtruimte zaten en dacht: Zijn al die mensen ziek of gaan ze dood? Wat dood was, dat wist ik nog niet zo goed en daar kwam ik juist voor.