Jeugdigen met ODD/CD vormen een heterogene groep. Om meer grip te krijgen op deze heterogeniteit zijn de afgelopen jaren verschillende subtyperingen ontwikkeld. De laatste jaren wordt met name onderscheid gemaakt op basis van de aan- of afwezigheid van kille-emotieloze trekken. Dit artikel laat zien dat beperkingen in het empathisch functioneren geen goede indicatie zijn om jeugdigen met ODD/CD en kille-emotieloze trekken te onderscheiden van jeugdigen met ODD/CD zonder kille-emotieloze trekken. Bovendien is het diagnostisch materiaal momenteel ontoereikend en doet het geen recht aan de jeugdigen en hun gezin. Een individueel afgestemde benadering is noodzakelijk.