Fijnen tegen groven, kalen tegen schooiers

Fijnen tegen groven, kalen tegen schooiers

Productgroep Gezin, morele opvoeding en antisociaal gedrag
Hugo Röling | 2000
3,90
Abonneeprijs: 1,56

Omschrijving

Er is veel te doen om ‘zinloos geweld’ waarbij vaak de wedervraag gesteld wordt: bestaat er zinvol geweld? Als ik me daarbij iets voor kan stellen zou ik zeggen dat het vechten tussen jongeren zoals dat in jeugdherinneringen voorkomt een vorm van zinvol, leerzaam geweld is geweest, waarover men zich in het verleden niet minder druk heeft gemaakt als nu het geval is. Toch was het een aftasten van elkaars krachten, een orientatie op geweld in de wereld, die niet alleen met bijna onvermengd genoegen herinnerd is, maar waarvan de opvoedende functie voor de hand ligt.
Het is opmerkelijk hoeveel schrijvers van jeugdherinneringen aan routinematige gewelddadigheden aandacht hebben besteed. Kwantificeren heeft in dit materiaal weinig zin, maar dat van ruim vijfhonderd min of meer substantiële verslagen van de jeugd uit Nederland die ik ken er zeker 50 melding van maken rechtvaardigt de veronderstelling dat praktisch iedereen er mee te maken heeft gehad. De motieven voor dit vechten tussen jongeren zijn veel minder duidelijk, ook voor de betrokkenen. De getuigenissen daarvan zijn te vinden in jeugdherinneringen die vanaf het einde van de achttiende eeuw in steeds grotere getale zijn nagelaten. Een in 1843 geboren jongen uit de gegoede burgerij werd rond 1850 met een vriendje door de huisknecht opgehaald van school, omdat er in Utrecht op straat door jongens onderling of tussen scholen zo hard gevochten werd. Dat ‘nam dikwijls de afmeting van veldslagen aan en dan moest onze huisknecht zorgen dat wij ons niet al te onbetamelijk gedroegen of al te veel slaag opliepen.’ Minder deftige kinderen moesten het zelf opknappen en deden dat met verve. Jan Ligthart die nu niet als een bewonderaar van geweld bekend staat, deed dat in de Amsterdamse Jordaan.