Gedragsproblemen bij peuters met motorische beperkingen

Gedragsproblemen bij peuters met motorische beperkingen

Productgroep Gedragsproblemen bij jonge gehandicapte kinderen (NVO-reeks)
A.H.C. Hendriks Jan de Moor | 1998 | 9066652241
3,90
Abonneeprijs: 1,56

Omschrijving

Hulpverleners van jonge kinderen met motorische beperkingen worden herhaaldelijk geconfronteerd met probleemgedrag in de thuissituatie. Een aanwijzing dat probleemgedrag thuis frequent voorkomt, is het onderzoek van Buijsen en Ten Have (1996) bij ouders van twee- en driejarige kinderen die in behandeling zijn bij een revalidatiecentrum: 34,9% van de 83 moeders en 24,7% van de 81 vaders spreken van middelzwaar tot ernstig probleemgedrag. Voorbeelden hiervan zijn: hyperactiviteit, extreme angsten, vormen van acting-out gedrag, problemen met eten en slapen en problemen in de contactname met andere kinderen.
Werner en Weterings (1993) vonden bij eenzelfde onderzoeksgroep een samenhang tussen de aanwezigheid van probleemgedrag en de scores op de variabele gezinsbelasting, gemeten met de Nijmeegse Vragenlijst voor de Opvoedingssituatie (Robbroeckx & Wels, 1988): hoe meer probleemgedrag het kind vertoonde, hoe groter de gezinsbelasting. Uit onderzoek van De Moor (1987) bleek dat de variabele primaire diagnose was gerelateerd aan het voorkomen van ernstig probleemgedrag: kinderen met de diagnose Minor Neurological Dysfunction vertoonden verhoudingsgewijs meer gedragsproblemen dan die met de diagnose cerebrale parese of ongecompliceerde algemene retardatie.