Aard en uitingsvormen
De gehechtheidstheorie, ontwikkeld door Bowlby en Ainsworth, biedt een raamwerk voor het begrijpen van de relatie tussen opvoeder en kind (Feeney & Woodhouse, 2016). Binnen deze theorie speelt de gehechtheidsfiguur een cruciale rol in het waarborgen van de fysieke en emotionele veiligheid van het kind. Aanvankelijk werd gedacht dat kinderen maar één gehechtheidsfiguur hadden, maar onderzoek toont aan dat kinderen meerdere gehechtheidsfiguren kunnen hebben (Forslund et al., 2022; Van IJzendoorn, 2005), zoals moeders én vaders, maar ook andere personen die een belangrijke rol spelen in hun (primaire) opvoeding, zoals grootouders. Ook is bekend dat deze gehechtheidsrelaties kunnen variëren in intensiteit en kwaliteit.