Gedeeld ouderschap is vandaag een sleutelbegrip in pleegzorg. Beleid en onderzoek benadrukken steeds vaker samenwerking tussen ouders en pleegouders in het belang van het kind. Toch worden hun ervaringen meestal apart onderzocht: studies focussen op ouders, pleegouders, kinderen of professionals, maar zelden op hoe hun perspectieven zich tot elkaar verhouden. Wat gebeurt er wanneer we die stemmen niet los van elkaar, maar naast elkaar beluisteren? Céline Cannaert deed er onderzoek naar, waarop ze eerder dit jaar promoveerde.
In mijn pedagogisch promotieonderzoek aan de Universiteit Gent (Cannaert, 2026) volgde ik – Céline – twee jaar lang tien Oost-Vlaamse gezinnen in langdurige pleegzorg. Ik sprak met ouders, pleegouders, pleegzorgbegeleiders én kinderen, en observeerde alledaagse momenten zoals breng- en haalmomenten en overleg. Door die verschillende perspectieven samen te bekijken, zien we hoe ouderschap in de praktijk niet vastligt, maar dat er voortdurend over wordt onderhandeld, en hoe kinderen daar zelf betekenis aan geven.zakelijk een teken van onmacht, maar kan ook een strategie zijn om relaties te beschermen, conflicten te vermijden of een fragiel evenwicht te bewaren. Zo knikte een ouder tijdens een formeel overleg instemmend mee, zonder echt haar mening te geven. In een interview zegt ze: ‘[Pleegzorg zei] dat ik ook wat meer tijd voor mezelf moest nemen. Maar ja, dat is niet zo vanzelfsprekend als je kinderen bij je hebt, hè? [...]. Eigenlijk zou ik inderdaad wat meer tijd voor mezelf moeten nemen... maar ja, ik zeg altijd: “Ja ja, ik zal dat doen”, maar… (lacht) dat gebeurt niet veel.’ Eenzelfde beeld van ongelijkheid komt naar voren in de manier waarop kinderen hun gezinssituatie tekenen. In één tekening werd de pleegouder voorgesteld als ‘chef’ en de ouder als ‘souschef’. In een andere tekening verscheen de pleegouder als een empathische dolfijn, met op haar rug een hardwerkende mier die de moeder verbeeldde. Wanneer plaatsingen stabieler worden, kiezen volwassenen soms bewust voor stilte om het evenwicht niet te verstoren. Zo haalt een pleegouder aan dat ook in de pleegzorgbegeleiding de focus niet meer zozeer op de band met de moeder ligt, maar op de ontwikkeling van de kinderen: ‘In het begin wel, maar nu [ligt de focus] niet meer [op de band met moeder]. Nu gaat het over: “Hoe gaat het met de gasten? Hoe is het met hun welzijn?”
Gedeeld ouderschap op papier en in de praktijk
Vandaag zien we in uiteenlopende gezinsvormen dat ouderschap wordt gedeeld tussen meerdere opvoedingsfiguren, bij voorbeeld bij echtscheiding, nieuw samengestelde gezinnen, lhbtqia+-gezinnen, migratiecontexten of donorfamilies. Ook in pleegzorg wordt deze realiteit steeds explicieter benoemd. Zowel in België als internationaal wordt dit onder verschillende termen gevat, zoals gedeeld opvoederschap, meerouderschap of een gedeelde wereld. Onderzoek toont dat samenwerking tussen ouders en pleegouders kan bij dragen aan meer stabiliteit voor kinderen, minder traumatisering, een sterker gevoel van verbondenheid en een positieve identiteitsontwikkeling (Neagu & Sebba, 2019; Rock et al., 2013).
Om die samenwerking mogelijk te maken probeert men vanuit beleid rollen en verantwoordelijkheden duidelijk af te bakenen. Wie beslist wat? Wie draagt welke verantwoordelijkheid? En hoe worden afspraken vastgelegd? In België krijgt dit onder meer vorm in de wet van 2017 die het statuut van pleegouders regelt, en in afsprakennota’s die bij de start van een plaatsing worden opgesteld. Zo wordt er onderscheid gemaakt tussen dagelijkse beslissingen (zoals bedtijd), die bij pleegouders liggen, en belangrijke keuzes (zoals schoolkeuze), waarbij ouders betrokken blij ven. Op papier biedt dit houvast. In de praktijk blijkt ouderschap echter veel minder strak verdeeld. Ons onderzoek toont dat ouders, pleegouders, begeleiders en kinderen voortdurend samen over ouderschap en opvoeding onderhandelen.
Wat als we perspectieven naast elkaar leggen?
Wanneer we uitgaan van de dagelijkse ervaringen van ouders, pleegouders, kinderen en begeleiders, zien we drie dynamieken die belangrijk zijn voor de praktijk. Ongelijke posities: tussen spreken en zwijgen in pleegzorg is er een fundamentele ongelijkheid. Ouders zijn cliënten binnen het systeem, terwijl pleegouders een semiprofessionele rol innemen. Een opvallend thema in het onderzoek is hoe betrokkenen telkens opnieuw afwegen wanneer ze spreken en wanneer ze zwijgen.