In de jeugdhulp

In de jeugdhulp

Productgroep PIP 145
Gratis

Omschrijving

Mensen zijn thuis meer zichzelf, laten meer zien en je merkt ook wat er naast de hulpvraag nog meer speelt. En daar schrik ik oprecht nog weleens van. De afgelopen maanden kom ik bij een gezin met twee jonge kinderen van vier en twee jaar. De nette, verzorgde voortuin laat keurig bij gehouden bloemenperken zien.
Binnen lijkt het op het eerste gezicht ook opgeruimd. Moeder neemt me al snel in vertrouwen en vertelt dat ze het huishouden niet kan bolwerken. Dat zij en haar man vlak voor er mensen langskomen even opruimen. Ik zie een aanrecht dat vol staat en overal in de keuken ligt vuilnis. Dan kijk ik in de achtertuin: het gras ligt bezaaid met hondendrollen!

‘De kinderen komen daar niet’, zegt ze.
‘Nee’, zeg ik, ‘dat kan ook niet.’
‘Het lukt me vaak niet om de honden uit te laten’, verzucht ze vervolgens.
Dan vraagt ze of ik boven even wil kijken. Natuurlijk wil ik dat. Op de overloop en in de slaapkamers ligt overal kleding. Er staan manden en kratten vol. Schoon of vies? Dat weet ze niet meer. Alles zit door elkaar. Ze doet de was nog wel, maar het opruimen lukt niet.

‘Met mijn ADHD-hoofd kan ik het gewoon niet meer bij benen’, fluistert ze. In de wasmachine zit een natte was die er al drie dagen in ligt. Die mag dus nog een keer aan. Op een post-it schrijf ik voor haar de stappen op die die dag nodig zijn om de was weer op gang te brengen. Samen ruimen we een deel van de kinderkamers op. Soms vraag je je af hoe het zo ver kan komen. Hoe het avond na avond nog nét lukt om eten op tafel te zetten, maar niet meer om de borden af te schrapen. Hoe etensresten zich vervolgens dagenlang opstapelen op het aanrecht.

En ondertussen lopen kinderen daar tussendoor. Net als de huisdieren. Natuurlijk, een rommelig huis alleen zegt niet alles. Als kinderen liefde, aandacht en duidelijkheid krijgen, hoeft dat op zichzelf geen ramp te zijn. Maar het is wel een signaal. Een teken dat ouders overvraagd zijn en dat er iets onder ligt wat aandacht verdient.

Eerlijk gezegd vind ik dat orde brengen in de chaos, naast de gesprekken over opvoeding, ook heel waardevol om te doen. Het is concreet en praktisch. Je bent samen iets aan het oplossen en het creëert ruimte om het over hun vragen te kunnen hebben. Tegelijkertijd is het duidelijk dat hier meer nodig is. Daarom vraag ik aanvullende ondersteuning aan via de Wmo, zodat ouders kunnen leren hoe ze meer structuur kunnen aanbrengen en die ook kunnen vasthouden.
 
Dit gezin wil aan de buitenwereld laten zien dat het goed gaat: op het eerste gezicht lijkt er niets aan de hand.

Maar gelukkig komen wij achter de voordeur. Want juist daar liggen vaak zowel het probleem als de oplossing zichtbaar voor je neus.