Annemiek Harder is verbonden aan de vakgroep Pedagogische Wetenschappen van de Rotterdamse Erasmus Universiteit. Ze is daar bijzonder hoogleraar op de Horizon-leerstoel Wetenschappelijk onderbouwde jeugdhulp en onderwijs. In haar onderzoek concentreert ze zich op jongeren en gezinnen in kwetsbare omstandigheden. In gesprek met Daphne Clement en Bob Horjus pleit ze ervoor om niet alle gedrag van jongeren te problematiseren. Ze stelt dat het belangrijk is om oog te houden voor de gewone ontwikkeling, zodat jeugdhulp zich kan richten op de kinderen en jongeren die het echt nodig hebben.
Waar houd jij je in je werk zoal mee bezig?
Ik richt me in mijn werk op de vraag: wat werkt voor wie, wanneer en waarom? Ik onderzoek vooral interventies voor jongeren die het thuis niet zo goed hebben en waarbij een risico speelt op uithuisplaatsing, en voor jongeren die uit huis geplaatst zijn. Dus situaties waar echt wel wat problemen zijn. Ik werk in het kader van de leerstoel samen met IHUB: een organisatie voor jeugdhulp en speciaal onderwijs. Daarnaast ben ik bestuurslid van de Nederlandse Vereniging voor Pedagogen en Onderwijskundigen (NVO).
Je zet je sinds het afronden van je studie al in voor jongeren in kwetsbare situaties. Wat maakt je hierin zo vastberaden?
Ik ben oorspronkelijk psycholoog, geen pedagoog. Na mijn studie wilde ik eigenlijk het liefst als GZ-psycholoog aan de slag in de hulpverlening. Maar ik ging al snel de onderzoekskant op. Ik zag in de gesloten jeugdzorg dat jongeren door geweld of mishandeling in de thuissituatie een slechte start in het leven hebben. Ik stelde mezelf de vraag: hoe kun je jongeren die uit een wat minder fortuinlijke situatie komen door begeleiding een betere kans bieden? Vaak ziet de samenleving deze jongeren als lastig. Sommige mensen hebben deze jongeren zelfs liever niet in de maatschappij . ‘Die moet je gewoon opsluiten’, wordt soms gezegd, omdat deze jongeren een gevaar kunnen zijn voor zichzelf of hun omgeving. Maar ik denk dat het mensen zijn zoals jij en ik. Alleen hebben deze jongeren niet het geluk gehad in een omgeving op te groeien die hen positief heeft gestimuleerd. Daarom verdienen deze jongeren sowieso een tweede en een derde kans.
Dat klinkt alsof je niet alleen voor jongeren in moeilijke situaties van betekenis wilt zijn, maar ook uit bent op begrip vanuit de maatschappij voor hen.
Ik denk dat de maatschappij vaak te veel kijkt naar risico’s en problemen. Wat gaat er nu allemaal mis? Met het idee dat het allemaal perfect moet gaan. Of: we moeten dit ‘bij stellen’. Maar ik denk dat problemen bij de gewone en gezonde ontwikkeling horen. Zeker bij jongeren in de jeugdzorg zie je dat afwijkend gedrag snel als probleem wordt gezien. Terwijl pubers juist moeten kunnen experimenteren, fouten maken en grenzen opzoeken. Daar moeten we minder krampachtig mee omgaan. Gedrag van jongeren in de jeugdzorg komt niet zomaar ergens vandaan: dat gedrag heeft vaak een functie.
Maar ik zie dat er weinig tolerantie is voor afwijkend gedrag. Ik zie bij voorbeeld ook dat jongeren uit de gesloten jeugdzorg vaak moeilijk toegang krijgen tot regulier onderwijs, omdat scholen hen ingewikkeld vinden. Terwijl scholen en gemeenten ook een verantwoordelijkheid en plicht hebben om in deze jongeren te investeren.