Joods buitengewoon onderwijs, 1919-1943

Joods buitengewoon onderwijs, 1919-1943

Productgroep Opvoeding: een (on)persoonlijke aangelegenheid?
3,90
Abonneeprijs: 1,56

Omschrijving

Op het gebied van het onderwijs heeft de eerste helft van de twintigste eeuw een interessante ontwikkeling laten zien. Ten eerste door de uitbouw en differentiatie van het buitengewoon onderwijs, nu speciaal onderwijs genoemd. Het onderwijs aan zwakzinnigen vormde daarin het leeuwendeel (Graas, 1996). Ten tweede door de voortgaande verzuiling, waarin ook de joden werden meegezogen. Het belangrijkste motief om voor bijzonder joods onderwijs te kiezen was het tegengaan van de voortgaande assimilatie (Michman, Beem & Michman, 1992, p. 139; Rietveld-van Wingerden, 2003, p. 27-38; Sondervan, 1959, p. 141-142). Het joods zwakzinnigenonderwijs bevond zich op het snijvlak van beide ontwikkelingen. 
Ons artikel gaat over een joods tehuis Beth Azarja, annex school, voor zwakzinnige kinderen dat in 1925 in Hilversum geopend werd. We gaan na waarom men in joodse kring die instelling nodig achtte en waarom men koos voor het intern verblijven van kinderen. We letten specifiek op het joodse karakter, het onderwijs, de benadering van kinderen, de opvoedingsrelatie en het toelatingsbeleid.