Kinderopvang: een discutabel antwoord op een maatschappelijk probleem

Kinderopvang: een discutabel antwoord op een maatschappelijk probleem

Productgroep Thema’s uit de wijsgerige en historische pedagogiek
3,90
Abonneeprijs: 1,56

Omschrijving

Vraagstelling. Gang van het betoog
Tweeverdieners en kinderopvang: een gangbare koppeling. Achter de vanzelfsprekendheid van deze koppeling liggen drie normatieve opvattingen: iedere volwassene heeft recht op (betaalde!) arbeid en recht op het verwekken van leven, en beide rechten zijn verenigbaar. Is dat zo? De vanzelfsprekendheid van alledag verhult wel eens dat we iets doen wat discutabeler is dan we willen toegeven. Onze handen zijn soms vuiler dan nodig is.
In deze kleine verhandeling worden bij de vanzelfsprekendheid van de geïnstitutionaliseerde kinderopvang enkele vraagtekens gezet. Hoe aanvaardbaar is het om kleine kinderen reeds voor hun schoolleven aanvangt wekelijks enkele dagen buitenshuis te laten ‘opvangen’? Verdraagt de ‘buitenshuise’ situatie zich eigenlijk wel met wat gedurende die eerste jaren wenselijk is voor het kind? Mijn aanvankelijk nogal intuïtieve vragen waren uitdrukking van een zekere onrust, onder andere veroorzaakt door de wetenschap dat zeer veel pedagogische auteurs een kwalitatief verschil maken tussen de leefwereld van het jonge en van het groter wordende kind. Past het het kleine kind wel om dagelijks van de ene in de andere ‘wereld’ te stappen?
Om de kwestie te kunnen bespreken, betrek ik eerst een klassieke stelling: een kind verwekken roept bepaalde verantwoordelijkheden op. We weten dat eigenlijk allemaal al. Dan wordt er een beknopte antropologie van het kind ontwikkeld waarin modern geheugenpsychologisch gedachtegoed ingezet wordt om plausibel te maken dat de vroegkinderlijke jaren een bijzondere psychische en communicatieve fase vormen, een bijzondere vorm van omgang kennen. Ook dat is, voor wie de pedagogische traditie kent, geen nieuws.Een nadere doordenking van de verschillen tussen vroegkinderlijke en latere vormen van  omgang roept de vraag op of de kinderopvang en het ‘thuissysteem’, elk een bijzonder communicatief systeem, wel altijd aan elkaar passen. De conclusie luidt: dat kan worden betwijfeld. Deze twijfel wordt tegenwoordig (nog maar) zelden gevoeld. Kinderopvang wordt eerder eenvoudigweg als iets positiefs gezien. Zo wast men zijn handen schoon.