Nederland heeft op 8 maart 1995 het Internationaal verdrag inzake de rechten van het kind (IVRK) ondertekend. Dat betekent dat Nederland zich moet inzetten om deze rechten na te leven. De VN heeft het Kinderrechtencomité opgericht om toezicht te houden op naleving van het IVRK. Iedere vijf jaar moet Nederland rapporteren hoe het hiermee staat. Naar aanleiding daarvan stelt het comité aanbevelingen op – Concluding Observations and recommendations – die benoemen men welke rechten in Nederland geschonden of beter nageleefd dienen te worden.
Het Kinderrechtencomité heeft op 9 maart 2022 de staat teruggegeven dat deze zorg moet dragen voor kinderen met een handicap (artikel 23). Het comité maakt zich zorgen over het gestegen aantal kinderen met een handicap in het speciaal onderwijs. Het comité beveelt de staat het volgende aan:
Zorg dat alle kinderen met een handicap, inclusief diegenen met verstandelijke en psychosociale beperkingen, toegang krijgen tot en gebruik kunnen maken van inclusief onderwijs op alle niveaus. Verbeter de maatregelen om inclusief onderwijs te waarborgen, waaronder het aanpassen van leerplannen en scholing alsook het plaatsen van gespecialiseerde docenten en professionals in geïntegreerde klassen, zodat kinderen met leer problemen individuele steun en passende aandacht krijgen.
Jens (13) wil de volgende Freek Vonk worden
‘Ik ben 13 jaar en heb het syndroom van Down. Ik zit in groep 8, samen met mijn tweelingbroer Finn. We helpen elkaar in de klas, hij kan soms vertellen aan de juf wat ik bedoel als ze mij niet verstaat en ik help hem. Hij wordt rustig van mij als hij druk is. Het leukst op school is buitenspelen met mijn vriendinnen en stagelopen.
Ik help de conciërge met dingen maken, klussen doen met een schroevendraaier en plantjes water geven. De post doe ik. Ik breng het naar de directeur. Ik werk ook met Peter, hij is hulpconciërge. Ik help de kleuters met schoenen en jassen aandoen. Ik heb vriendinnen. We spelen buiten, tikkertje, armpje drukken. Ik win dan. En verstoppertje. Ik loop ook rond met ze. Ik schrijf liefdesbrieven met bloemetjes voor ze. Janneke helpt mij op school. Ze oefent met schoolwerk. Dat doe ik eerst met Janneke, dan ga ik naar de klas en ga ik verder. Mama helpt mij ook.
Ik vind Blink-lessen het leukst om te doen. Ik leer in het Engels praten over films en series, zoals over Bluey, mijn lievelingsserie. Ik heb het ook aan mama en papa in het Engels verteld. Finn vertelt thuis over Star Wars. Dat vindt hij leuk.