Koops - Moraal en wetenschap voor ongehuwd zwangeren

Koops - Moraal en wetenschap voor ongehuwd zwangeren

Productgroep PIP 143
3,95
Gratis voor abonnees.

Omschrijving

In opdracht van de staatssecretaris voor Rechtsbescherming onderzocht de Commissie onderzoek Binnenlandse Afstand en Adoptie, voorgezeten door pedagoog Micha de Winter, het lot van jonge vrouwen die in de periode tussen 1956 en 1984 ongehuwd zwanger werden en hun kind niet mochten behouden. De onderzochte periode is afgebakend door de invoering van de Adoptiewet in 1956 en de Wet afbreking zwangerschap in 1984. De eerste wet maakte het mogelijk baby’s van ongehuwd
zwangeren toe te wijzen aan een adoptiegezin, de tweede maakte dat abortus een uitweg werd. De commissie heeft zeer zorgvuldig onderzoek laten verrichten om de gangbare praktijk in de beoogde periode te beschrijven. Ten eerste onderzoek van de historische bronnen over afstand en adoptie door het Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISG); ten tweede onderzoek door kennisinstituut Atria naar de persoonlijke ervaringen van mensen die tussen 1956 en 1984 te maken kregen met afstand en adoptie; en ten derde onderzoek naar hedendaagse perspectieven op de geschiedenis van afstand en adoptie door onderzoekers van de Universiteit Maastricht. Het eindrapport biedt tal van inkijkjes in de treurige geschiedenis van afstand en adoptie.
Ik vat met verbijstering de behandeling van het gros van zo’n 13.000 niet-gehuwde zwangere meisjes samen. Voor minderjarige ongehuwden was de wil van hun ouders cruciaal. Tot hun 21ste stonden ze onder het gezag van hun ouders. En die stuurden vanwege de schaamte er vaak op aan om afstand te doen van de baby. De zwangerschap moest verborgen blijven: de zwangere werd niet zelden ergens ver weg ondergebracht en vervolgens ‘ziek’ verklaard. Het was een ongeschreven
regel dat de moeder de baby niet mocht zien, om prille hechting te voorkomen. Tijdens de bevalling werden de moeders soms geblinddoekt om oogcontact met de baby te voorkomen.