Onderwijs, marktdenken en sociale cohesie

Onderwijs, marktdenken en sociale cohesie

Productgroep Gezin, morele opvoeding en antisociaal gedrag
Johan de Jong | 2000
3,90
Abonneeprijs: 1,56

Omschrijving

Naarmate het gezin steeds minder in staat wordt geacht om bepaalde essentiële taken te vervullen, lijkt de betekenis van het onderwijs toe te nemen. Sprekend voorbeeld is de (her)nieuwde aandacht voor de pedagogische opdracht van het onderwijs. Vanuit een bezorgdheid over een toename van antisociaal en crimineel gedrag (vandalisme, fraude, zinloos geweld, etc.), vonden en vinden velen - met toenmalig minister Ritzen voorop - dat met name in het onderwijs weer meer aandacht besteed zou moeten worden aan normen en waarden. In het bijzonder zouden sociale waarden als verantwoordelijkheid en gemeenschapszin weer meer moeten worden benadrukt.
In het verlengde hiervan doet sinds kort de gedachte opgeld dat scholen gezien moeten worden als instrumenten om de sociale cohesie te bevorderen (Mars, 1998, p. 6). De veronderstelling is dat bindingen aan de maatschappij mensen ervan zullen weerhouden om antisociaal en delinquent gedrag te vertonen (verg. Bremer, 1998). Zo stelde Ritzen dat ‘onderwijs alles [is] wat ons gezamenlijk rest’ (Ritzen, 1998, p. 171). Volgens hem is er in onze samenleving nog maar één ervaring over die iedereen in zijn of haar leven ondergaat: het volgen van onderwijs. Het onderwijs is naar zijn mening ‘het aangewezen en enige bastion om tegendruk te geven aan ontwikkelingen die kunnen leiden tot versnippering, ongelijkheid, en conflicten’ (ibidem.). ‘In de klas wordt de basis voor sociale cohesie gelegd’, aldus Ritzen (idem, p. 172).