De dertienjarige Sanne fietst vanuit school naar huis. Haar moeder weet al dat ze onderweg is, dat ze een onvoldoende heeft gehaald voor wiskunde en dat ze iets heeft gekocht bij de kantine. Niet omdat Sanne het vertelde, maar via een locatieapp, het leerlingvolgsysteem en de online bankieren-app. Voor steeds meer Nederlandse gezinnen is dit de dagelijkse realiteit. Wat betekent dat voor opgroeiende kinderen en hun ouders?
De manier waarop ouders informatie krijgen over de fysieke leefwereld van hun kind is in korte tijd flink veranderd. Voordat opvoeding digitaliseerde, wisten ouders niet wat hun kind buiten hun zicht deed – totdat het kind het zelf vertelde of ze het via via te weten kwamen. Was die onwetendheid een gemis? Of gaf het ruimte en rust? Tegenwoordig stroomt informatie automatisch door naar ouders: real-timelocatie, de nieuwste cijfers en een overzicht van uitgaven. Dit levert veel directe en nauwkeurige kennis op, maar deze kennis heeft ook een keerzijde: de context ontbreekt en het kind weet niet dat er meegekeken wordt. Als auteurs van dit artikel deden we alle drie recent onderzoek naar digitale surveillance in de fysieke leefwereld. Onze onderzoeken laten zien wat deze verschuiving betekent voor kinderen, ouders en professionals.
Surveillance groeit mee
De afgelopen jaren zijn zowel de mogelijkheden als de inzet van digitale surveillance sterk gegroeid. Interviews met schoolgaande kinderen en ouders laten zien hoe bij voorbeeld locatietracking is verschoven: waar ouders in 2021 vaak pas begonnen met volgen via een smartphoneapp bij de overgang naar de middelbare school (Mols et al., 2023), starten ouders tegenwoordig met een gpshorloge zodra kinderen alleen gaan buitenspelen. De markt voor dit soort horloges is sterk gegroeid en daarmee lijkt het aanbod van laagdrempelige technologie op de markt gebracht om kinderen veilig te houden, zelf een vraag te creëren. Anouk Mols nam interviews af over locatietracking in 2021 als onderdeel van haar promotieonderzoek aan Erasmus Universiteit over hoe mensen in hun dagelijks leven omgaan met surveillance. In 2026 deed Mols verkennend vervolgonderzoek vanuit Hogeschool Utrecht op basis van een kwalitatieve enquête onder ouders en een co creatieactiviteit in groep 8.
Veiligheid blijkt niet de voornaamste motivatie voor de ouders in dit onderzoek om de locatie van hun kind te volgen. Zowel in 2021 als in 2026 noemen ouders geruststelling en gemak als belangrijkste redenen. Ouders die de locatie van hun kind juist níet volgen, noemen vertrouwen en vrijheid als voornaamste redenen.
Leerlingen in groep 8 benoemen als voordeel van digitale surveillance dat ouders kunnen ingrijpen als je verdwaald bent of hulp nodig hebt. Zij zien als nadelen: minder vrijheid, altijd zichtbaar zijn en het gevoel dat ouders blijven kijken, zelfs als je al verteld hebt waar je bent. Hoe gingen ze om met de nadelen? Slechts enkele leerlingen gingen met hun ouders in gesprek. De meerderheid noemde vooral manieren om ouders te misleiden (bij voorbeeld een oude telefoon achterlaten met een actieve locatie of de telefoon van ouders blokkeren). Meer surveillance leidt dan niet tot meer inzicht bij ouders maar juist tot minder.