Het is dinsdagochtend, een groep ouders die elkaar nog niet kent, zit in een schoolgebouw in Amsterdam Nieuw-West. ‘Wil jij vertellen wie jij en je kinderen zijn?’ vraag ik de dame naast mij. ‘Ik ben Saida, moeder van vijf kinderen, eentje getrouwd en ik heb er nog vier thuis.’ Een zucht van bewondering gaat door de ruimte. ‘Maar die jongen van mij’, zegt Saida, ‘hij doet vaak gemeen.’
In 2022 ben ik een Ouderkring gestart. Als moeder van twee zoons, betrokken buurtbewoner en pedagoog valt mij op dat ouders veel zorgen hebben om hun kinderen. Tijdens mijn dagelijks rondje boodschappen kom ik altijd wel iemand tegen die vertelt over een kind dat niet praat, pesterijen in een klas of een afwezige partner. Het valt mij op hoe makkelijk ouders hun zorgen aan mij toevertrouwen en dat niet lijken te doen met instanties die daarvoor zijn. Ouders praten over ‘de jeugdzorg’ die zomaar je kind kan afpakken of een DTP-prik waarvan je autisme kan krijgen. Andere ouders vertellen me over trainingen mindfulness waarin ze leren over zichzelf en het ouderschap, Instagramaccounts over intergenerationeel trauma of de opvoedtips en -tricks die ze dagelijks in hun mailbox ontvangen. Ik merk dat alle ouders onzekerheid ervaren: ouders die in een zee van meningen, adviezen en oordelen bang zijn iets na te laten , én ouders die minder toegang hebben tot die informatie maar wel merken dat er van alles wordt verwacht van opvoeden en ouderschap in Nederland. Zo vertelt een moeder, die net uit Syrië is gevlucht, dat ze dacht dat er iets mis was met haar kind omdat de dame van het consultatiebureau haar de ene na de andere vraag stelde.
Ook hebben veel ouders, waaronder ikzelf, gevoelens van schuld en schaamte; zeker als je het idee hebt dat je kind of gezin niet helemaal in de pas loopt. Ouders hebben misschien wel een netwerk waarmee ze hun zorgen kunnen delen, maar dat dúrven is een tweede. Bovendien zijn interventies rondom opvoeden – alle opmerkingen over it takes a village en de pedagogische basis ten spijt – vooral gericht op het zogenaamde welbevinden van kinderen en veel minder op dat van ouders. Ze zijn meer gericht op zelfredzaamheid – vanuit een medische, individualistische blik op opvoedingskwesties – dan op samenredzaamheid.
Kortom, hoe meer ik mijn ogen en oren open zet, hoe groter het verlangen als ouders sámen in gesprek te gaan. Weg van het individualisme, de kloof en alles dat zogenaamd moet of hoort. Samen uitvinden wat opvoeden en ouderschap nou eigenlijk betekenen.