Over de onmogelijkheid van subliem onderwijs

Over de onmogelijkheid van subliem onderwijs

Productgroep Gezin, morele opvoeding en antisociaal gedrag
3,90
Abonneeprijs: 1,56

Omschrijving

Filosofen hebben de wereld slechts verschillend geïnterpreteerd, laat de pedagogen haar veranderen.
Modellen van pedagogische opdrachten
In deze bijdrage wordt er vanuit de postmoderne filosofie gereflecteerd op de pedagogische opdracht van het onderwijs. De centrale vraag is wat dit hedendaagse denken betekent voor de discussie die onder de noemer ‘de pedagogische opdracht van het onderwijs’ in het begin van de jaren 90 is ontstaan.
Met name vanuit de politiek werd deze zogenaamde herbezinning op de morele opvoeding op de agenda geplaatst (Ritzen, 1992). Verschillende pedagogen zagen het als hun taak om adviezen te geven. Of nog beter: toepasbare oplossingen te bedenken zodat het morele gehalte van de jeugd weer opgevijzeld werd. Zo pleitten verschillende pedagogen voor bijvoorbeeld een apart opvoedingsplan naast het leerplan (Spiecker), meer jeugdparticipatie in de school (De Winter), meer aandacht voor de Grondwet (Vriens), meer aandacht voor kennisoverdracht (Imelman).
Wanneer de voornaamste publicaties van de verschillende academici nader worden onderzocht, komen de volgende (on)mogelijkheden van pedagogische opdrachten in beeld.
1) De school heeft alleen een onderwijstaak en geen pedagogische opdracht.
2) De school heeft een pedagogische opdracht die naast de onderwijstaak staat.
3) De school heeft een pedagogische opdracht die als beginsel fungeert voor de onderwijstaak.
4) De school heeft een pedagogische opdracht die zich bevindt op het snijvlak van onderwijs en opvoeding.
5) De school heeft vorming als doel en dat is één pedagogische opdracht.