Pleegzorg: stiefkind van de jeugdbescherming

Pleegzorg: stiefkind van de jeugdbescherming

Productgroep Ouderschapskennis 2003-1
3,90

Omschrijving

De zorg van Dr. Weterings over het functioneren van de Gezinsvoogdijinstelling (GVI) als het kind in een pleeggezin woont herken ik maar al te goed. Zowel de ‘ontvlechting’ als de wijziging van de OTS-wetgeving (Ondertoezichtstelling) hebben voor problemen gezorgd.


Ontvlechting

Omdat enerzijds te veel pleeggezinplaatsingen werden afgebroken omdat de pleegouders het niet langer volhielden en anderzijds werd gesignaleerd dat gezinsvoogden conflicterende belangen tussen ouders, pleegouders en pleegkind niet altijd even goed konden hanteren heeft men organisatorisch de begeleiding van de pleegouders los gemaakt van de GVI. Problemen ontstonden bijvoorbeeld als ouders een uitgebreide omgangsregeling wilden en pleegouders pleitten voor een minder frequente regeling omdat zij geconfronteerd werden met een terugval van het kind na ieder contact. Dat leidde tot de gedachte om de begeleiding van ouders en pleegouders te ‘ontvlechten’.