Pleidooi voor ervaringsdeskundigheid van ouders

Pleidooi voor ervaringsdeskundigheid van ouders

Productgroep PIP 143
3,95
Gratis voor abonnees.

Omschrijving

Wim Goossens onderscheidt ouderschap van opvoederschap. Ouderschap gaat over een besef van verantwoordelijk-zijn en is een identiteitsvraagstuk, een ethisch appel om zich als ouder te bekennen tot dít kind. Opvoederschap verwijst naar het kijken naar ouders vanuit het kindperspectief. In dit artikel pleit hij vanuit zijn (werk)biografie en de theorie van Alice van der Pas voor het benutten van ervaringsdeskundigheid van ouders en positioneert hij het ouderperspectief in de interprofessionele samenwerking.

Mijn denken over ouderschap en het belang van het inzetten van ervaringskennis, ervaringsdelen en ervaringsdeskundigheid is door de jaren heen gevormd.
Primair kwam dit door mijn eigen ouderschapservaringen met mijn twee dochters en met name die met mijn nu 35-jarige zoon. Hij heeft een combinatie van autisme, een verstandelijke beperking – hij heeft een sociaal ontwikkelingsniveau van 3,5 jaar – en ernstige gedragsstoornissen. Na een crisisplaatsing verblijft hij sinds vijftien jaar in een behandelsetting. Inmiddels hebben we in 32 jaar ervaring opgedaan met ruim 350 zorgprofessionals en hulpverleners. Dit kwam door personeelswisselingen en doordat vele disciplines, organisaties, commissies, werkgroepen, procedures, protocollen en financieringsstromen ons ouderlijk pad kruisten. Bij de crisisplaatsing gingen bijna alle vragen over hem en weinig over wat dat voor ons als ouders betekende en wat wij nodig hadden. Bijna niemand vroeg hoe wij moreel in evenwicht konden blijven toen hij in zijn fase van hoogste kwetsbaarheid niet meer thuis kon blijven.
In de loop van de jaren ben ik ervan overtuigd geraakt dat het collectieve geheugen van ouders en onze ‘organisch’ opgebouwde ervaringskennis met onze zoon noodzakelijk is naast de professionele en wetenschappelijke kennis. Ervaringskennis kan tegenwicht bieden aan het als ouders overgeleverd zijn aan de vele professionele passanten. 

Als ouderbegeleider leren van ouders
Zelf ben ik ouderbegeleider geweest in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking. Daar heb ik van mijn collega’s geleerd, maar vooral van de ouders. Voor ouders is methodische kennis meestal abstract. Zij voelen zich soms geperst in instellingsmethodieken, werkwijzen en procedures. Het kindperspectief is bovendien dominant in de intakeformulieren en benaderingswijzen van professionals. De krachtige opgebouwde ervaringskennis van vele ouders met hun kind deed mij als professional de ouders en ook hun kind beter begrijpen. Daarbij ervoer ik dat ouders mij en elkaar meer te vertellen hadden dan ik hun. Dit was voor mij de aanzet om verschillende typen van onderlinge ouderontmoetingen te stimuleren, wat mij weer deed groeien als professional. Ik leerde vanuit professioneel oogpunt veel beter luisteren naar ‘het hartverhaal’ van ouders. Een Belgische ouderbegeleider leerde me daarbij de kunst van de ‘bavardage’, het ogenschijnlijk ‘babbelen’ met ouders waardoor vanzelf komt bovendrijven wat voor hen van belang is. Ik leerde als professional steeds meer nederigheid richting ouders, waarbij ik waarnam dat daardoor hun competentiegevoel werd versterkt.