Sam is dertien. Na de herfstvakantie is hij niet meer op school verschenen. Er kwamen gesprekken, een dossier, een plan van aanpak en een wachtlijst voor onderzoek. Iedereen rond de tafel wil het beste voor hem. Zijn ouders zagen hem thuis opknappen en twijfelden steeds meer of school hem wel goeddeed. Intussen wacht iedereen ergens op: zijn ouders tot hij zich sterker voelt, school op de uitkomst van het onderzoek, de hulpverlening op rust in het gezin. Toch verdween in de maanden die volgden de belangrijkste vraag uit beeld: wie verwacht Sam eigenlijk nog? Zijn tafel in de klas is inmiddels aan een ander gegeven. Zijn mentor mailt met de zorgcoördinator, maar spreekt Sam zelf niet meer. Sam is een casus geworden. Als leerling is hij uit beeld geraakt.
Wanneer een leerling niet meer naar school gaat, is de reflex vaak mechanisch en onderwijstechnisch, waardoor de sociaalpedagogische omgeving van het kind uit beeld raakt. Dit artikel betoogt dat schoolaanwezigheid in de eerste plaats een pedagogisch vraagstuk is van verhouding en verlangen. Rond thuiszitters ontstaat vrijwel altijd een wachtlogica: elke betrokkene wacht op een voorwaarde die eerst vervuld moet zijn en juist dat wachten houdt het thuiszitten in stand. Voordat de vraag k inkt welke interventie werkt of welk arrangement passend is, verdient daarom een andere vraag aandacht: wat is er gebeurd in de verhouding tussen kind, school, leraar, leerstof en ouders, waardoor de deelname aan onderwijs is gestopt? En waardoor het verlangen van een leerling om te leren wordt vergeten?
Meer kinderen, kleine effecten
De vraag is urgent. Het aantal thuiszitters stijgt. Daarnaast zijn er leerlingen die formeel staan ingeschreven, maar feitelijk nauwelijks nog op school komen. Onderzoek laat zien dat er zelden één oorzaak is: schoolverzuim ontstaat in een samenspel van factoren in het kind, het gezin en de school (Gubbels, Van der Put & Assink, 2019). Onderzoek laat ook zien dat interventies bij chronisch verzuim gemiddeld kleine effecten hebben (Eklund e.a., 2022). Meer van hetzelfde, in de vorm van extra instrumenten en extra overleg, biedt dus weinig perspectief. Er is een andere blik nodig.