Snoeien om te bloeien

Snoeien om te bloeien

Productgroep Opvoeding, Onderwijs & Overheid
3,90
Abonneeprijs: 1,56

Omschrijving

In de nasleep van de opheffing van de jezuïetenorde (20 september 1773) nam de centrale overheid in de Oostenrijkse Nederlanden het initiatief tot een integrale hervorming van het voortgezet onderwijs. De hele onderneming, die steunde op de gedachte dat onderwijs een staatszaak was, moest de jeugd in staat stellen de kostbare jaren die ze in de humaniora sleet optimaal te benutten en beoogde tegelijk nuttige burgers te vormen voor Kerk en Staat (Chanterie, 1971; Frijhoff, 1985, p. 38; Hubert, 1883, pp. 186- 187; Lenders, 1994, pp. 938-947; Pirenne, 1920, pp. 315-318; Put, 1994a, pp.951-957;
Put, 1982, p. 89). Als onderdeel van de toenmalige hervormingen werden bij de aanvang van het schooljaar 1777-1778 vijftien staatscolleges opgericht in evenveel steden.1 Van overheidswege werd tevens bepaald wat er aan bod moest komen in de klas, hoe de leerstof diende te worden aangebracht en hoe men op ‘verlichte wijze’ met de gymnasiasten moest omgaan. Eerder dan de nieuwe ‘koninklijke’ colleges centraal te stellen, gaat deze bijdrage nader in op de rol die Maria-Theresia voor de bestaande colleges van de reguliere clerus weglegde. Beschouwde de keizerin de gymnasia van de kloosterlingen als nutteloze relicten uit een voorbije tijd, waar dringend komaf mee moest worden gemaakt? Of konden zij, net als de nieuwe colleges, hun steentje bijdragen aan het grote project dat omschreven werd als de Opvoeding en het Onderwijs van de Zuid-Nederlandse jeugd?