De Effort-Gated Cognitive Activation Theory (EGCAT) beschrijft de activatievariabiliteit bij cognitief sterke individuen: weinig zichtbare betrokkenheid bij repetitieve of weinig betekenisvolle activiteiten kan afgewisseld worden met langdurige, intensieve cognitieve activatie bij andere activiteiten. Centraal staat de verhouding tussen ervaren waarde en cognitieve investering. Lage zichtbare betrokkenheid hoeft daarbij niet te wijzen op geringe cognitieve capaciteit of een algemeen concentratieprobleem. EGCAT biedt een aanvullend, empirisch toetsbaar kader voor het herkennen en onderzoeken van zulke verschillen binnen onderwijs en orthopedagogiek. Ook bij cognitief sterke leerlingen kan sprake zijn van activatievariabiliteit: soms staan ze uit, soms staan ze aan, zo lijkt het.
1. Activatievariabiliteit als uitgangspunt
1.1 Het kernidee
Bij sommige cognitief sterke kinderen kan een opvallend verschil bestaan tussen wat zij in het dagelijks onderwijs laten zien en wat zij onder andere omstandigheden cognitief aankunnen. Een leerling kan bijvoorbeeld matige cijfers behalen, weinig interesse tonen in dagelijks schoolwerk en bij eenvoudige of herhalende opdrachten nauwelijks betrokken lijken. Daardoor kan bij ouders en leraren twijfel ontstaan over een passend onderwijsniveau. Diezelfde leerling kan bij een moeilijke of persoonlijk betekenisvolle opdracht langdurig geconcentreerd werken, complexe informatie snel begrijpen en verbanden leggen die eerder nauwelijks zichtbaar waren. Niet alleen de prestaties verschillen dan, maar ook de mate waarin de leerling cognitief actief lijkt.
Binnen de EffortGated Cognitive Activation Theory (EGCAT) verwijst activatievariabiliteit naar het patroon waarbij dezelfde persoon bij bepaalde activiteiten sterk en langdurig cognitief actief kan zijn, terwijl bij andere activiteiten de cognitieve activatie sterk afneemt of afschakelt. EGCAT beschrijft bij een deel van de cognitief sterke individuen een mogelijk mechanisme achter deze activatievariabiliteit. Een verkeerde interpretatie kan ertoe leiden dat capaciteiten onvoldoende worden herkend, gedrag als onwil wordt beschouwd of begeleiding onvoldoende aansluit. Begrip van dit patroon kan daarom relevant zijn voor passende begeleiding en het herkennen van anders minder zichtbare capaciteiten.
Activatievariabiliteit kan van buitenaf op een concentratieprobleem lijken. Binnen EGCAT wordt dit patroon echter niet opgevat als een algemeen onvermogen om de aandacht vast te houden: bij een activiteit die als voldoende waardevol of belangrijk wordt ervaren, kan juist langdurige en sterke concentratie optreden.