Staatsbemoeiing, opvoedingsvrijheid, persoonsideaal

Staatsbemoeiing, opvoedingsvrijheid, persoonsideaal

Productgroep Opvoedingshulp geboden
G.L.M. Snik | 1995 | 9066651466
3,90
Abonneeprijs: 1,56

Omschrijving

Ik vat het door De Ruyter (1993, p. 125) voorgestelde criterium (dat ik gemakshalve afkort tot: het principe van minimale persoonswording) op als een antwoord op de vraag wat de grondslag van staatsbemoeiing met opvoeding moet zijn, en niet als een antwoord op de vraag wanneer het opleggen van hulp aan het gezin geoorloofd is. In het criterium worden immers geen uitspraken gedaan over de precieze empirische omstandigheden en normatieve voorwaarden waaronder aan een gezin hulp moet worden opgelegd. Wel wordt een persoonsideaal geformuleerd dat de staat moet handhaven, een persoonsideaal dat uitgangspunt is van de ‘praktijk van staatsbemoeiing’. Ik maak dus een onderscheid tussen grondslag van staatsbemoeiing enerzijds en inhouden van staatsbemoeienissen en criteria van soorten van staatsbemoeiing aan de andere kant. Het gaat hier om verschillende discussies (vgl. Blustein, 1982, p. 138). Een grondslag behelst een antwoord op twee nauw met elkaar verband houdende vragen. Ten eerste de vraag of er een publiek persoonsideaal is dat de staat moet handhaven, en zo ja: welk ideaal dat is. En ten tweede de vraag wie de doelen van de opvoeding bepaalt, en wat in dit verband de rechten en plichten van de staat, ouders en kinderen zijn. Welke grondslag we aanvaarden, is afhankelijk van politiek-filosofische en wijsgerig-pedagogische inzichten.